BWBR0010465
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 3
Wet subsidiëring politieke partijen
1. Een politieke partij kan voor de toepassing van deze wet één politieke jongerenorganisatie aanduiden en met deze jongerenorganisatie een schriftelijke overeenkomst tot subsidieverlening sluiten. Een politieke jongerenorganisatie kan slechts door één politieke partij worden aangeduid.
2. Om als politieke jongerenorganisatie aangeduid te kunnen worden, is vereist dat:
a. de organisatie een vereniging is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter bevordering van de politieke participatie van jongeren, en
b. van het ledental ten minste tweederde deel, bestaande uit in ieder geval honderd leden, niet jonger dan 14 jaar en niet ouder dan 27 jaar is.
3. Een politieke partij kan voor de toepassing van deze wet één politiek-wetenschappelijk instituut aanduiden en met dit instituut een schriftelijke overeenkomst tot subsidieverlening sluiten. Een politiek-wetenschappelijk instituut kan slechts door één politieke partij worden aangeduid.
4. Om als politiek-wetenschappelijk instituut aangeduid te kunnen worden, is vereist dat het instituut een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak politiek-wetenschappelijke activiteiten verricht.
5. Een politieke partij kan voor de toepassing van deze wet één instelling voor buitenlandse activiteiten aanduiden en met deze instelling een schriftelijke overeenkomst tot subsidieverlening sluiten. Een instelling voor buitenlandse activiteiten kan slechts door één politieke partij worden aangeduid.
6. Om als instelling voor buitenlandse activiteiten aangeduid te kunnen worden is vereist dat de instelling een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter ondersteuning van zusterpartijen en – organisaties buiten Nederland bij vormings- en scholingsactiviteiten.
7. Aan de schriftelijke overeenkomsten tot subsidieverlening of aan het sluiten van deze overeenkomsten, kunnen door de politieke partij geen andere voorwaarden worden verbonden, dan die welke voortvloeien uit de toepassing van deze wet.
2. Om als politieke jongerenorganisatie aangeduid te kunnen worden, is vereist dat:
a. de organisatie een vereniging is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter bevordering van de politieke participatie van jongeren, en
b. van het ledental ten minste tweederde deel, bestaande uit in ieder geval honderd leden, niet jonger dan 14 jaar en niet ouder dan 27 jaar is.
3. Een politieke partij kan voor de toepassing van deze wet één politiek-wetenschappelijk instituut aanduiden en met dit instituut een schriftelijke overeenkomst tot subsidieverlening sluiten. Een politiek-wetenschappelijk instituut kan slechts door één politieke partij worden aangeduid.
4. Om als politiek-wetenschappelijk instituut aangeduid te kunnen worden, is vereist dat het instituut een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak politiek-wetenschappelijke activiteiten verricht.
5. Een politieke partij kan voor de toepassing van deze wet één instelling voor buitenlandse activiteiten aanduiden en met deze instelling een schriftelijke overeenkomst tot subsidieverlening sluiten. Een instelling voor buitenlandse activiteiten kan slechts door één politieke partij worden aangeduid.
6. Om als instelling voor buitenlandse activiteiten aangeduid te kunnen worden is vereist dat de instelling een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter ondersteuning van zusterpartijen en – organisaties buiten Nederland bij vormings- en scholingsactiviteiten.
7. Aan de schriftelijke overeenkomsten tot subsidieverlening of aan het sluiten van deze overeenkomsten, kunnen door de politieke partij geen andere voorwaarden worden verbonden, dan die welke voortvloeien uit de toepassing van deze wet.