BWBR0010462
Geldig vanaf 1999-05-29
Artikel 6
Stimuleringsregeling reïntegratie wachtgelders primair onderwijs
1. Om ten behoeve van een indienstneming voor subsidie in aanmerking te komen meldt het bevoegd gezag uiterlijk binnen acht weken na de peildatum, de indienstneming bij de uitkerende instantie van de wachtgelder en dient het bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in binnen vier weken na ontvangst van de in het vierde lid genoemde verklaring van de uitkerende instantie.
2. Om voor subsidie in aanmerking te komen op grond van een indienstneming tussen 1 augustus 1998 en de publicatie van deze regeling in Uitleg OCenW-Regelingen meldt het bevoegd gezag uiterlijk binnen vier weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling, de indienstneming bij de uitkerende instantie van de wachtgelder en dient het bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in binnen vier weken na de ontvangst van de in het vierde lid genoemde verklaring van de uitkerende instantie.
3. Om in aanmerking te komen voor voortzetting van de subsidie in een volgend schooljaar, dient het bevoegd gezag voor de aanvang van dat schooljaar bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in.
4. Tenzij het een voortzetting van eerder verleende subsidie betreft gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van een kopie van de akte van aanstelling of van de arbeidsovereenkomst en van een verklaring van de uitkerende instantie waarin is vermeld:
a. het aantal uren waarop de uitkering van de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens was gebaseerd;
b. over welke periode het recht op een uitkering voor de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens nog zou bestaan indien hij niet in dienst zou zijn genomen bij het bevoegd gezag; en
c. of de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens tenminste 6 maanden aaneengesloten werkloos is geweest.
5. Indien de in het eerste of tweede lid genoemde melding niet heeft plaatsgevonden binnen acht weken na de aanvang van het dienstverband respectievelijk binnen vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling, kan de aanvraag worden afgewezen.
6. Voor de in het eerste en tweede lid genoemde melding en de in het eerste, tweede en derde lid genoemde aanvragen moet gebruik worden gemaakt van de daartoe bestemde formulieren.
7. De minister besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag over de subsidieverlening.
8. De minister verleent telkens voor maximaal een schooljaar subsidie.
2. Om voor subsidie in aanmerking te komen op grond van een indienstneming tussen 1 augustus 1998 en de publicatie van deze regeling in Uitleg OCenW-Regelingen meldt het bevoegd gezag uiterlijk binnen vier weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling, de indienstneming bij de uitkerende instantie van de wachtgelder en dient het bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in binnen vier weken na de ontvangst van de in het vierde lid genoemde verklaring van de uitkerende instantie.
3. Om in aanmerking te komen voor voortzetting van de subsidie in een volgend schooljaar, dient het bevoegd gezag voor de aanvang van dat schooljaar bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in.
4. Tenzij het een voortzetting van eerder verleende subsidie betreft gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van een kopie van de akte van aanstelling of van de arbeidsovereenkomst en van een verklaring van de uitkerende instantie waarin is vermeld:
a. het aantal uren waarop de uitkering van de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens was gebaseerd;
b. over welke periode het recht op een uitkering voor de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens nog zou bestaan indien hij niet in dienst zou zijn genomen bij het bevoegd gezag; en
c. of de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens tenminste 6 maanden aaneengesloten werkloos is geweest.
5. Indien de in het eerste of tweede lid genoemde melding niet heeft plaatsgevonden binnen acht weken na de aanvang van het dienstverband respectievelijk binnen vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling, kan de aanvraag worden afgewezen.
6. Voor de in het eerste en tweede lid genoemde melding en de in het eerste, tweede en derde lid genoemde aanvragen moet gebruik worden gemaakt van de daartoe bestemde formulieren.
7. De minister besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag over de subsidieverlening.
8. De minister verleent telkens voor maximaal een schooljaar subsidie.