BWBR0010462
Geldig vanaf 1999-05-29
Artikel 4
Stimuleringsregeling reïntegratie wachtgelders primair onderwijs
1. De hoogte van de subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt bedraagt met inachtneming van het overige in dit artikel bepaalde, bij indienstneming van:
a. onderwijsondersteunend of onderwijzend personeelslid bij het bevoegd gezag van een basisschool als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d1, van het RPBO, f 18.700;
b. onderwijzend personeelslid bij het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d1, of bij het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d2, van het RPBO, f 20.600;
c. onderwijsondersteunend personeelslid bij het bevoegd gezag van een school of instelling als bedoeld in onderdeel b van dit lid, f 14.500. De onder a, b en c genoemde bedragen zijn van toepassing indien de uitkering van de wachtgelder gebaseerd was op het verlies van alle arbeidsuren van een normbetrekking, het dienstverband of de uitbreiding van de betrekkingsomvang op grond waarvan subsidie wordt aangevraagd zich over een geheel schooljaar uitstrekt en de omvang van dat dienstverband of die uitbreiding overeenkomt met een normbetrekking.
2. De subsidie bedraagt per schooljaar ten hoogste:
a. Indien de werktijdfactor groter is dan de werkloosheidsfactor, het in het eerste lid genoemde bedrag vermenigvuldigd met de werkloosheidsfactor; of
b. Indien de werktijdfactor kleiner of gelijk is aan de werkloosheidsfactor, het in het eerste lid genoemde bedrag vermenigvuldigd met de werktijdfactor.
3. Indien het dienstverband met de wachtgelder dan wel de uitbreiding van diens betrekkingsomvang korter duurt dan een schooljaar wordt het volgens het tweede lid berekende bedrag gedeeld door twaalf en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover het dienstverband zich uitstrekt. Indien er geen sprake is van een volledige maand wordt het volgens de vorige volzin vastgestelde maandbedrag gedeeld door het aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de wachtgelder in die maand in dienst is.
4. Indien sprake is van een of meer aansluitende dienstverbanden met de wachtgelder met verschillende betrekkingsomvangen wordt voor de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde subsidie de werktijdfactor per betrekkingsomvang vastgesteld. Voor elke betrekkingsomvang wordt het volgens het tweede lid berekende bedrag gedeeld door twaalf en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover het dienstverband met de desbetreffende betrekkingsomvang zich uitstrekt. Indien er geen sprake is van een volledige maand of maanden worden het volgens de vorige volzin vastgestelde maandbedragen waarbij dat het geval is gedeeld door het aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de wachtgelder in die maand in dienst is. De uitkomsten worden bij elkaar opgeteld.
5. Indien door meerdere bevoegde gezagsorganen subsidie wordt aangevraagd op basis van de indienstneming van dezelfde wachtgelder op dezelfde datum bij die bevoegde gezagsorganen, worden voor de toepassing van het tweede lid de verschillende betrekkingsomvangen bij elkaar opgeteld. Vervolgens wordt het na toepassing van het tweede lid berekende bedrag naar evenredigheid van de betrekkingsomvang over de verschillende bevoegde gezagsorganen verdeeld.
a. onderwijsondersteunend of onderwijzend personeelslid bij het bevoegd gezag van een basisschool als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d1, van het RPBO, f 18.700;
b. onderwijzend personeelslid bij het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d1, of bij het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d2, van het RPBO, f 20.600;
c. onderwijsondersteunend personeelslid bij het bevoegd gezag van een school of instelling als bedoeld in onderdeel b van dit lid, f 14.500. De onder a, b en c genoemde bedragen zijn van toepassing indien de uitkering van de wachtgelder gebaseerd was op het verlies van alle arbeidsuren van een normbetrekking, het dienstverband of de uitbreiding van de betrekkingsomvang op grond waarvan subsidie wordt aangevraagd zich over een geheel schooljaar uitstrekt en de omvang van dat dienstverband of die uitbreiding overeenkomt met een normbetrekking.
2. De subsidie bedraagt per schooljaar ten hoogste:
a. Indien de werktijdfactor groter is dan de werkloosheidsfactor, het in het eerste lid genoemde bedrag vermenigvuldigd met de werkloosheidsfactor; of
b. Indien de werktijdfactor kleiner of gelijk is aan de werkloosheidsfactor, het in het eerste lid genoemde bedrag vermenigvuldigd met de werktijdfactor.
3. Indien het dienstverband met de wachtgelder dan wel de uitbreiding van diens betrekkingsomvang korter duurt dan een schooljaar wordt het volgens het tweede lid berekende bedrag gedeeld door twaalf en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover het dienstverband zich uitstrekt. Indien er geen sprake is van een volledige maand wordt het volgens de vorige volzin vastgestelde maandbedrag gedeeld door het aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de wachtgelder in die maand in dienst is.
4. Indien sprake is van een of meer aansluitende dienstverbanden met de wachtgelder met verschillende betrekkingsomvangen wordt voor de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde subsidie de werktijdfactor per betrekkingsomvang vastgesteld. Voor elke betrekkingsomvang wordt het volgens het tweede lid berekende bedrag gedeeld door twaalf en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover het dienstverband met de desbetreffende betrekkingsomvang zich uitstrekt. Indien er geen sprake is van een volledige maand of maanden worden het volgens de vorige volzin vastgestelde maandbedragen waarbij dat het geval is gedeeld door het aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de wachtgelder in die maand in dienst is. De uitkomsten worden bij elkaar opgeteld.
5. Indien door meerdere bevoegde gezagsorganen subsidie wordt aangevraagd op basis van de indienstneming van dezelfde wachtgelder op dezelfde datum bij die bevoegde gezagsorganen, worden voor de toepassing van het tweede lid de verschillende betrekkingsomvangen bij elkaar opgeteld. Vervolgens wordt het na toepassing van het tweede lid berekende bedrag naar evenredigheid van de betrekkingsomvang over de verschillende bevoegde gezagsorganen verdeeld.