BWBR0010455
Geldig vanaf 1999-06-16
Artikel 5
Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar
1. Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 1door degene ten overstaan van wie de eed wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’.
2. Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 1door degene ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Dat verklaar en beloof ik’.
3. De eed wordt staande afgelegd waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt.
De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken.
2. Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 1door degene ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Dat verklaar en beloof ik’.
3. De eed wordt staande afgelegd waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt.
De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken.