BWBR0010455
Geldig vanaf 1999-06-16
Artikel 4
Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar
1. De eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van het hoofd van dienst.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de eed of de belofte door ambtenaren werkzaam binnen het bestuursdepartement afgelegd ten overstaan van de secretaris-generaal dan wel, in geval van diens afwezigheid, de plaatsvervangend secretaris-generaal.
3. De eed of belofte wordt door een autoriteit, als bedoeld in het eerste lid, afgelegd ten overstaan van een naasthogere autoriteit.
4. De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een door de in de vorige leden bedoelde autoriteit aangewezen getuige.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de eed of de belofte door ambtenaren werkzaam binnen het bestuursdepartement afgelegd ten overstaan van de secretaris-generaal dan wel, in geval van diens afwezigheid, de plaatsvervangend secretaris-generaal.
3. De eed of belofte wordt door een autoriteit, als bedoeld in het eerste lid, afgelegd ten overstaan van een naasthogere autoriteit.
4. De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een door de in de vorige leden bedoelde autoriteit aangewezen getuige.