BWBR0010390
Geldig vanaf 1999-04-17
Artikel 5
Stimuleringsregeling Regionale Expertisecentra in oprichting 1999
1. De scholen die deel uitmaken van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting stellen zich tot doel de volgende taken te gaan verrichten;
a. het bieden van onderwijs aan gehandicapte leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen;
b. het verzorgen van ambulante begeleiding voor leerlingen die buiten dit Regionaal Expertisecentum in oprichting naar school gaan en die specifieke ondersteuning behoeven die vanuit dit Regionaal Expertisecentum in oprichting gegeven kan worden;
c. het verrichten van handelingsgerichte diagnostiek voor leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen en op verzoek van andere scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
d. het bieden van advies en collegiale consultatie op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
e. op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting kan door therapeuten en/of logopedisten onderwijsondersteuning worden geboden aan leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
f. het inrichten van een depot aan hulpmiddelen en deze hulpmiddelen op verzoek van scholen of Regionale Expertisecentra in oprichting beschikbaar stellen aan gehandicapte leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
g. het onderhouden en ontwikkelen van de eigen expertise in samenspraak met andere Regionale Expertisecentra in oprichting uit hetzelfde cluster, bedoeld in het tweede lid.
2. Inzake de samenstelling van de Regionaal Expertisecentrum in oprichting geldt de volgende voorwaarde:
Een Regionaal Expertisecentrum in oprichting bestaat uit tenminste één van de volgende clusters van scholen waar onderwijs wordt gegeven aan: 1. visueel gehandicapte leerlingen;
2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is, evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien in het geografisch aangesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;
1. visueel gehandicapte leerlingen;
2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is, evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien in het geografisch aangesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;
a. het bieden van onderwijs aan gehandicapte leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen;
b. het verzorgen van ambulante begeleiding voor leerlingen die buiten dit Regionaal Expertisecentum in oprichting naar school gaan en die specifieke ondersteuning behoeven die vanuit dit Regionaal Expertisecentum in oprichting gegeven kan worden;
c. het verrichten van handelingsgerichte diagnostiek voor leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen en op verzoek van andere scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
d. het bieden van advies en collegiale consultatie op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
e. op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting kan door therapeuten en/of logopedisten onderwijsondersteuning worden geboden aan leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
f. het inrichten van een depot aan hulpmiddelen en deze hulpmiddelen op verzoek van scholen of Regionale Expertisecentra in oprichting beschikbaar stellen aan gehandicapte leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
g. het onderhouden en ontwikkelen van de eigen expertise in samenspraak met andere Regionale Expertisecentra in oprichting uit hetzelfde cluster, bedoeld in het tweede lid.
2. Inzake de samenstelling van de Regionaal Expertisecentrum in oprichting geldt de volgende voorwaarde:
Een Regionaal Expertisecentrum in oprichting bestaat uit tenminste één van de volgende clusters van scholen waar onderwijs wordt gegeven aan: 1. visueel gehandicapte leerlingen;
2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is, evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien in het geografisch aangesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;
1. visueel gehandicapte leerlingen;
2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is, evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien in het geografisch aangesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;