BWBR0010372
Geldig vanaf 2007-10-11
Artikel 7
Regeling personenvervoer van deur tot deur en op maat
1. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag en door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1º. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat, bedoeld in artikel 67 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3º. de kosten van aanschaf van machines en apparatuur, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
4º. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
5º. reis- en verblijfkosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum van 10 procent van de projectkosten;
1º. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat, bedoeld in artikel 67 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3º. de kosten van aanschaf van machines en apparatuur, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
4º. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
5º. reis- en verblijfkosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum van 10 procent van de projectkosten;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 40 procent van de onder a, aanhef en onder 1°, bedoelde loonkosten.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, aanhef en onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.
3. Indien machines en apparatuur worden aangeschaft door middel van een leaseovereenkomst worden als kosten van aanschaf in aanmerking genomen de door aanvrager betaalde leasetermijnen voor vergoeding van gebruik.
4. Indien de kosten van aanschaf van machines en apparatuur slechts gedeeltelijk aan het project zijn toe te rekenen, wordt als projectkosten in aanmerking genomen een evenredig deel van de kosten van de afschrijving van de machines en apparatuur, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur behorende bij de aard van de apparatuur.
5. In geval van een haalbaarheidsproject en een onderzoeks- of ontwikkelingsproject kan worden toegestaan dat in afwijking van het eerste lid het uurloon en opslag voor algemene kosten worden vastgesteld overeenkomstig een in de gehele organisatie van de aanvrager gebruikelijke, controleerbare methodiek.
6. De projectkosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
a. de volgende rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag en door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1º. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat, bedoeld in artikel 67 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3º. de kosten van aanschaf van machines en apparatuur, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
4º. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
5º. reis- en verblijfkosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum van 10 procent van de projectkosten;
1º. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat, bedoeld in artikel 67 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3º. de kosten van aanschaf van machines en apparatuur, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
4º. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
5º. reis- en verblijfkosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum van 10 procent van de projectkosten;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 40 procent van de onder a, aanhef en onder 1°, bedoelde loonkosten.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, aanhef en onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.
3. Indien machines en apparatuur worden aangeschaft door middel van een leaseovereenkomst worden als kosten van aanschaf in aanmerking genomen de door aanvrager betaalde leasetermijnen voor vergoeding van gebruik.
4. Indien de kosten van aanschaf van machines en apparatuur slechts gedeeltelijk aan het project zijn toe te rekenen, wordt als projectkosten in aanmerking genomen een evenredig deel van de kosten van de afschrijving van de machines en apparatuur, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur behorende bij de aard van de apparatuur.
5. In geval van een haalbaarheidsproject en een onderzoeks- of ontwikkelingsproject kan worden toegestaan dat in afwijking van het eerste lid het uurloon en opslag voor algemene kosten worden vastgesteld overeenkomstig een in de gehele organisatie van de aanvrager gebruikelijke, controleerbare methodiek.
6. De projectkosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.