BWBR0010372
Geldig vanaf 2007-10-11
Artikel 5
Regeling personenvervoer van deur tot deur en op maat
1. De in artikel 4, tweede lid, gestelde maximumpercentages voor een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, een praktijkexperiment, een demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:
a. ten hoogste 10 procentpunten, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213);
b. ten hoogste 15 procentpunten indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen en de onderwerpen van de kernactiviteiten ’Systemen en diensten voor de burger’, ’Duurzame mobiliteit en intermodaliteit’, ’Landvervoer en mariene technologieën’, ’De stad van morgen en het culturele erfgoed’ en andere relevante kernactiviteiten binnen de thema’s van het geldende kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling van de Europese Commissie met dien verstande dat het project is gericht op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multidisciplinaire aanpak;
c. ten hoogste 10 procentpunten indien het project wordt uitgevoerd door op basis van een daadwerkelijke samenwerking tussen ondernemingen en openbare onderzoeksinstellingen, in het bijzonder in het kader van de coördinatie van het nationale beleid inzake een Communautair meerjarig kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling;
d. ten hoogste 10 procentpunten indien de kennis, de ervaringen en informatie over het resultaat van een gesubsidieerd project wordt overgedragen aan derden.
2. Een wijziging van de kaderregeling, bedoeld in het eerste lid onder a, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.
3. De subsidie op grond van het eerste lid, juncto artikel 4, tweede lid, bedraagt in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject ten hoogste 75 % van de projectkosten, en in geval van een praktijkexperiment of een demonstratieproject ten hoogste 50% van de projectkosten.
a. ten hoogste 10 procentpunten, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213);
b. ten hoogste 15 procentpunten indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen en de onderwerpen van de kernactiviteiten ’Systemen en diensten voor de burger’, ’Duurzame mobiliteit en intermodaliteit’, ’Landvervoer en mariene technologieën’, ’De stad van morgen en het culturele erfgoed’ en andere relevante kernactiviteiten binnen de thema’s van het geldende kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling van de Europese Commissie met dien verstande dat het project is gericht op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multidisciplinaire aanpak;
c. ten hoogste 10 procentpunten indien het project wordt uitgevoerd door op basis van een daadwerkelijke samenwerking tussen ondernemingen en openbare onderzoeksinstellingen, in het bijzonder in het kader van de coördinatie van het nationale beleid inzake een Communautair meerjarig kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling;
d. ten hoogste 10 procentpunten indien de kennis, de ervaringen en informatie over het resultaat van een gesubsidieerd project wordt overgedragen aan derden.
2. Een wijziging van de kaderregeling, bedoeld in het eerste lid onder a, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.
3. De subsidie op grond van het eerste lid, juncto artikel 4, tweede lid, bedraagt in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject ten hoogste 75 % van de projectkosten, en in geval van een praktijkexperiment of een demonstratieproject ten hoogste 50% van de projectkosten.