BWBR0010352
Geldig vanaf 1999-07-24
Artikel 2
Regeling tekeningsbevoegdheid Ministerie van Financiën 1999
1. De directeuren-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal zijn, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet, bevoegd namens de minister of de staatssecretaris besluiten te nemen, stukken af te doen en uitgaande brieven te ondertekenen.
2. De bevoegdheid van de directeuren-generaal betreft de aangelegenheden die hun directoraten-generaal betreffen.
3. Bij verhindering van de directeuren-generaal is de plaatsvervangend directeur-generaal bevoegd.
4. De bevoegdheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal betreft de Centrale Directies, de Directie Personeel en Organisatie, de Directie Informatievoorziening en Algemene Zaken, de Departementale Accountantsdienst Financiën en de Directie en dienst der Domeinen.
5. De directeuren-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal kunnen de bevoegdheid bedoeld in het eerste en tweede lid doen uitoefenen door onder hen ressorterende ambtenaren.
2. De bevoegdheid van de directeuren-generaal betreft de aangelegenheden die hun directoraten-generaal betreffen.
3. Bij verhindering van de directeuren-generaal is de plaatsvervangend directeur-generaal bevoegd.
4. De bevoegdheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal betreft de Centrale Directies, de Directie Personeel en Organisatie, de Directie Informatievoorziening en Algemene Zaken, de Departementale Accountantsdienst Financiën en de Directie en dienst der Domeinen.
5. De directeuren-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal kunnen de bevoegdheid bedoeld in het eerste en tweede lid doen uitoefenen door onder hen ressorterende ambtenaren.