BWBR0010316
Geldig vanaf 1999-03-27
Artikel 4
Instelling Interdepartementale commissie voor constitutionele aangelegenheden wetgevingsbeleid (ICCW)
1. Iedere minister wijst een lid en een plaatsvervangend lid aan op een adequaat ambtelijk niveau. Een minister zonder portefeuille kan een lid en een plaatsvervangend lid aanwijzen.
2. De Minister van Justitie benoemt de voorzitter.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt de plaatsvervangend voorzitter.
4. Het secretariaat van de commissie berust bij het Ministerie van Justitie en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk.
5. De commissie kan haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.
2. De Minister van Justitie benoemt de voorzitter.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt de plaatsvervangend voorzitter.
4. Het secretariaat van de commissie berust bij het Ministerie van Justitie en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk.
5. De commissie kan haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.