1. De commissie is ambtelijk voorportaal van de Raad voor Veiligheid en Rechtsorde en de Raad voor Bestuur voor zover het betreft de voorbereiding van de besluitvorming in die raden over algemene juridische aangelegenheden alsmede over belangrijke wetgeving en beleidsonderwerpen op het terrein van:
a. algemeen wetgevingsbeleid;
b. algemene constitutionele aangelegenheden.
2. De commissie heeft overigens tot taak desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over algemene juridische aangelegenheden en onderwerpen van algemeen wetgevingsbeleid.
1. De commissie brengt de in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel a, en tweede lidbedoelde adviezen uit aan de Minister van Justitie.
2. De commissie brengt de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde adviezen uit aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
1. Iedere minister wijst een lid en een plaatsvervangend lid aan op een adequaat ambtelijk niveau. Een minister zonder portefeuille kan een lid en een plaatsvervangend lid aanwijzen.
2. De Minister van Justitie benoemt de voorzitter.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt de plaatsvervangend voorzitter.
4. Het secretariaat van de commissie berust bij het Ministerie van Justitie en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk.
5. De commissie kan haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.
1. De commissie heeft een vaste subcommissie, onder de naam Interdepartementaal wetgevingsberaad (IWB). Het beraad heeft tot taak:
a. het desgevraagd of uit eigen beweging behandelen van onderwerpen van algemeen wetgevingsbeleid als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. het op verzoek van de commissie voorbereiden van de onderwerpen waarover de commissie advies uitbrengt.
2. De leden van de commissie wijzen een lid en een plaatsvervangend lid aan op een adequaat niveau. Het lid van de commissie namens de Minister van Justitie is voorzitter van het beraad. Het secretariaat van het beraad berust bij het Ministerie van Justitie.
3. De commissie besluit over de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde onderwerpen.
4. Het beraad kan zijn werkwijze en die van het secretariaat regelen.
De beschikking van de Minister van Justitie van 27 mei 1980, nr. 258/680, houdende instelling van de Inter-departementale Commissie voor de Harmonisatie van Wetgeving (Stcrt. 108) wordt ingetrokken.