BWBR0010311
Geldig vanaf 1999-03-19
Artikel 3
Instellingsregeling tijdelijke adviescommissie begeleiding decentrale toelating
1. De kosten van de begeleidingscommissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen. De begeleidingscommissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de minister aan.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden in ieder geval verstaan:
de kosten voor vergaderingen, materiële en secretariële ondersteuning;
de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en
de kosten voor publicatie van rapportages.
3. Op de commissieleden is het Reisbesluit 1971 (staatsblad 1970, 602) en het (aangescherpte) Vacatiegeldenbesluit 1988 (ingangsdatum 1 juni 1995) van toepassing.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden in ieder geval verstaan:
de kosten voor vergaderingen, materiële en secretariële ondersteuning;
de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en
de kosten voor publicatie van rapportages.
3. Op de commissieleden is het Reisbesluit 1971 (staatsblad 1970, 602) en het (aangescherpte) Vacatiegeldenbesluit 1988 (ingangsdatum 1 juni 1995) van toepassing.