Artikel 1
1. Er is een commissie begeleiding decentrale toelating, hierna te noemen: de begeleidingscommissie.
2. De taken van de begeleidingscommissie bestaan uit:
a. het adviseren van de instellingen in het hoger onderwijs bij de vormgeving van de experimenten met decentrale toelating;
b. het verzamelen van informatie, onder meer voor het opbouwen van expertise en ten behoeve van latere evaluatie;
c. het monitoren van verschillende vormen van experimenten en het verloop daarvan, met een jaarlijkse schriftelijke rapportage aan de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en de instellingen voor hoger onderwijs;
d. het voorbereiden en begeleiden van de evaluatie van de experimenten met decentrale toelating;
e. het produceren van een eindverslag nadat met decentrale selectie ten behoeve van drie studiejaren is geëxperimenteerd, met meerdere opleidingen bij meerdere instellingen in zowel het hbo als het wetenschappelijk onderwijs.
2. De taken van de begeleidingscommissie bestaan uit:
a. het adviseren van de instellingen in het hoger onderwijs bij de vormgeving van de experimenten met decentrale toelating;
b. het verzamelen van informatie, onder meer voor het opbouwen van expertise en ten behoeve van latere evaluatie;
c. het monitoren van verschillende vormen van experimenten en het verloop daarvan, met een jaarlijkse schriftelijke rapportage aan de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en de instellingen voor hoger onderwijs;
d. het voorbereiden en begeleiden van de evaluatie van de experimenten met decentrale toelating;
e. het produceren van een eindverslag nadat met decentrale selectie ten behoeve van drie studiejaren is geëxperimenteerd, met meerdere opleidingen bij meerdere instellingen in zowel het hbo als het wetenschappelijk onderwijs.