BWBR0010268
Geldig vanaf 1999-02-12
Artikel 3a
Vrijstellingsregeling herbevolking varkenshouderijen Meststoffenwet
1. Bedrijven waarop herbevolking heeft plaatsgevonden zijn in 1999 vrijgesteld van de heffingen, bedoeld in titel 2van hoofdstuk IV van de wet, indien na vermindering van de belastbare hoeveelheid mineralen, bedoeld in artikel 24 van de wet, over het jaar 1998 met de overeenkomstig artikel 2, derde en vierde lid, bepaalde hoeveelheid mineralen, een hoeveelheid mineralen van minder dan nihil resteert, tot een belastbare hoeveelheid mineralen overeenkomend met die resterende hoeveelheid mineralen van minder dan nihil, met dien verstande dat de vrijstelling ten hoogste een belastbare hoeveelheid mineralen overeenkomend met de overeenkomstig artikel 2, derde en vierde lid, bepaalde hoeveelheid mineralen kan betreffen.
2. Bij de aangifte, bedoeld in artikel 28 van de wet, met betrekking tot 1999 wordt door de heffingplichtige melding gemaakt van de belastbare hoeveelheid mineralen waarvoor ingevolge het eerste lid een vrijstelling geldt en de wijze waarop de heffingplichtige deze heeft bepaald en wordt een afschrift van de dieradministratie met betrekking tot 1998 meegezonden, voor zover de heffingplichtige deze gegevens niet reeds aan het Bureau Heffingen heeft verstrekt.
2. Bij de aangifte, bedoeld in artikel 28 van de wet, met betrekking tot 1999 wordt door de heffingplichtige melding gemaakt van de belastbare hoeveelheid mineralen waarvoor ingevolge het eerste lid een vrijstelling geldt en de wijze waarop de heffingplichtige deze heeft bepaald en wordt een afschrift van de dieradministratie met betrekking tot 1998 meegezonden, voor zover de heffingplichtige deze gegevens niet reeds aan het Bureau Heffingen heeft verstrekt.