1. Bedrijven waarop herbevolking heeft plaatsgevonden zijn in 1998 vrijgesteld van de heffingen, bedoeld in
titel 2van
hoofdstuk IV van de wet, tot een overeenkomstig het derde of vierde lid bepaalde belastbare hoeveelheid mineralen.
2. Onder herbevolking wordt verstaan de opbouw van de varkensstapel van een bedrijf waarop op 1 januari 1998 een lager aantal varkens werd gehouden dan gebruikelijk, voorzover in verband met de varkenspestuitbraken in 1997 en 1998 op enig moment in 1997 of 1998:
voor het gebied waarin het bedrijf geheel of gedeeltelijk is gelegen een vervoersverbod voor varkens ingevolge artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van kracht is geweest, of
ten aanzien van het bedrijf een maatregel als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel f, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is genomen op grond waarvan alle op het bedrijf gehouden varkens zijn gedood.
3. De belastbare hoeveelheid mineralen waarvoor de vrijstelling geldt wordt bepaald door achtereenvolgens:
het aantal varkens van de in de onderstaande tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in bijlage A bij de wet, dat gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op 1 januari 1998 op het bedrijf werd gehouden;
de uitkomsten te vermenigvuldigen met de voor de desbetreffende diercategorie in de onderstaande tabel aangegeven hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, en
de aldus berekende hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof bij elkaar op te tellen.
[tabel]
4. Indien de heffingplichtige aantoont dat op het bedrijf in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998 herbevolking plaatsvond, wordt in afwijking van het derde lid de belastbare hoeveelheid mineralen waarvoor de vrijstelling geldt bepaald door achtereenvolgens:
het aantal varkens van de in de in het vorige lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in bijlage A bij de wet, dat gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in één van de door de heffingplichtige aangegeven maanden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op 1 januari 1998 op het bedrijf werd gehouden;
de uitkomsten te vermenigvuldigen met de voor de desbetreffende diercategorie in de tabel aangegeven hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, en
de aldus berekende hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof bij elkaar op te tellen.
5. Indien in 1998 een overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van het derde lid, ten aanzien van de vervreemder in aanmerking genomen het aantal varkens van de in de in het derde lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in
bijlage A bij de wet, dat op het moment van overdracht op het bedrijf werd gehouden, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op 1 januari 1998 op het bedrijf werd gehouden, en ten aanzien van de verwerver het aantal varkens van de in de in het derde lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in
bijlage A bij de wet, dat gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op het moment van overdracht op het bedrijf werd gehouden.
6. Indien in 1998 een overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing op de verwerver van dit bedrijf, met dien verstande dat hierbij in aanmerking wordt genomen het aantal varkens van de in de in het derde lid opgenomen tabel genoemde diercategorieën, onderscheiden in
bijlage A bij de wet, dat door de verwerver gemiddeld op het bedrijf werd gehouden in één van de door de heem aangegeven maanden in de periode van 1 september tot en met 31 december 1998, te verminderen met het aantal varkens van de desbetreffende diercategorie dat op het moment van overdracht op het bedrijf werd gehouden.
7. Indien het bedrijf gelegen is in een gebied waarvoor in verband met de varkenspestuitbraken in 1997 en 1998 op enig moment in 1997 of 1998 een fokverbod voor varkens ingevolge
artikel 17, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenvan kracht is geweest, en ten aanzien van dit bedrijf geen maatregel als bedoeld in
artikel 22, eerste lid, onderdeel f, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenis genomen op grond waarvan alle op het bedrijf gehouden varkens zijn gedood, worden voor de toepassing van derde en vierde lid de varkens van de diercategorie die in de tabel van het derde lid wordt aangeduid met het nummer 401, die werden gehouden op 1 januari 1998, aangemerkt als varkens van de diercategorie die in de tabel van het derde lid wordt aangeduid met het nummer 400.