BWBR0010259
Geldig vanaf 1999-08-01
Artikel 4
Regeling toekenning aanvullende exploitatiekostenvergoeding svo-lom/mlk
1. De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen zendt het bevoegd gezag van de school voor vbo of mavo en de in een school voor praktijkonderwijs om te zetten school of afdeling voor svo in april voorafgaand aan het schooljaar waarin de omzetting van het svo naar leerwegondersteunend onderwijs, praktijkonderwijs of een voorziening als bedoeld in artikel VI van de wet plaatsvindt, een beschikking omtrent de toekenning van de vergoeding bedoeld in de artikelen 2 en 3.
2. De school voor vbo en de school voor mavo waaraan een afdeling leerwegondersteunend onderwijs of een afdeling praktijkonderwijs is verbonden, ontvangt de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, in de maand september van het schooljaar waarin de samenvoeging met de school of afdeling voor svo-lom, danwel svo-mlk plaatsvindt.
3. Aan de school voor praktijkonderwijs wordt de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel 2, derde lid, en in artikel 3 toegekend in de maand september van het schooljaar waarin de omzetting naar praktijkonderwijs plaatsvindt.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet ontvangt de school waaraan de svo-lom-leerlingen ingevolge artikel VI, eerste lid, onderdeel b, van de wet worden ingeschreven, de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel 2, vierde lid, in de maand september van het eerste schooljaar waarin genoemde toepassing plaatsvindt.
2. De school voor vbo en de school voor mavo waaraan een afdeling leerwegondersteunend onderwijs of een afdeling praktijkonderwijs is verbonden, ontvangt de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, in de maand september van het schooljaar waarin de samenvoeging met de school of afdeling voor svo-lom, danwel svo-mlk plaatsvindt.
3. Aan de school voor praktijkonderwijs wordt de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel 2, derde lid, en in artikel 3 toegekend in de maand september van het schooljaar waarin de omzetting naar praktijkonderwijs plaatsvindt.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet ontvangt de school waaraan de svo-lom-leerlingen ingevolge artikel VI, eerste lid, onderdeel b, van de wet worden ingeschreven, de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel 2, vierde lid, in de maand september van het eerste schooljaar waarin genoemde toepassing plaatsvindt.