BWBR0010259
Geldig vanaf 1999-08-01
Artikel 2
Regeling toekenning aanvullende exploitatiekostenvergoeding svo-lom/mlk
1. . In verband met de invoering van vernieuwde examenprogramma's in het kader van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, wordt aan de school voor vbo en de school voor mavo, voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van de aan de school verbonden afdeling leerwegondersteunend onderwijs eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend.
2. Aan de school voor vbo, waaraan een afdeling praktijkonderwijs is verbonden wordt voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van die afdeling eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend.
3. In verband met de omzetting in praktijkonderwijs wordt aan de school voor praktijkonderwijs een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris.
4. Indien toepassing is gegeven aan artikel VI van de wet, wordt aan de school voor vbo en mavo, waaraan de svo-lom-leerlingen ingevolge artikel VI, derde lid van de wet worden ingeschreven, voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van het leerwegondersteunend onderwijs eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend.
Indien de svo-lom-leerlingen bij meer dan één school voor vbo of mavo worden ingeschreven, ontvangt de school waaraan het extra vast aantal formatieplaatsen ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van het Besluit van 22 januari 1999 (regeling overgangsmaatregelen mavo-vbo) wordt toegekend, de aanvullende exploitatiekostenvergoeding.
5. In de berekening van de aanvullende exploitatiekostenvergoeding wordt voor het aantal svo-leerlingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 oktober 1997 dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 18 of 19 van het Formatiebesluit W.V.O., het aantal leerlingen op 16 januari 1998, zoals dat door de instellingsaccountant is vastgesteld bij de Aanvraag rijksvergoeding 1997.
2. Aan de school voor vbo, waaraan een afdeling praktijkonderwijs is verbonden wordt voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van die afdeling eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend.
3. In verband met de omzetting in praktijkonderwijs wordt aan de school voor praktijkonderwijs een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris.
4. Indien toepassing is gegeven aan artikel VI van de wet, wordt aan de school voor vbo en mavo, waaraan de svo-lom-leerlingen ingevolge artikel VI, derde lid van de wet worden ingeschreven, voor extra vernieuwing van leermiddelen en inventaris van het leerwegondersteunend onderwijs eenmalig een bedrag van f 330,- per svo-leerling toegekend.
Indien de svo-lom-leerlingen bij meer dan één school voor vbo of mavo worden ingeschreven, ontvangt de school waaraan het extra vast aantal formatieplaatsen ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van het Besluit van 22 januari 1999 (regeling overgangsmaatregelen mavo-vbo) wordt toegekend, de aanvullende exploitatiekostenvergoeding.
5. In de berekening van de aanvullende exploitatiekostenvergoeding wordt voor het aantal svo-leerlingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 oktober 1997 dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 18 of 19 van het Formatiebesluit W.V.O., het aantal leerlingen op 16 januari 1998, zoals dat door de instellingsaccountant is vastgesteld bij de Aanvraag rijksvergoeding 1997.