Artikel 1
1. De begripsbepalingen van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel zijn van toepassing.
2. In deze regeling wordt voorts verstaan onder:
a. rechtspositiebesluit: het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;
b. Onze minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;
c. instellingen: 1. instellingen voor basisonderwijs;
2. instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs;
3. instellingen voor (speciaal) voortgezet onderwijs;
4. centrale diensten;
5. instellingen in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie;
6. instellingen voor hoger beroepsonderwijs;
7. instellingen voor landbouwonderwijs;
1. instellingen voor basisonderwijs;
2. instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs;
3. instellingen voor (speciaal) voortgezet onderwijs;
4. centrale diensten;
5. instellingen in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie;
6. instellingen voor hoger beroepsonderwijs;
7. instellingen voor landbouwonderwijs;
d. centrale: een centrale als bedoeld in artikel 1 van het Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel;
e. personeelsorganisatie: een bij een centrale aangesloten vereniging van onderwijspersoneel;
f. stichting: de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs.
2. In deze regeling wordt voorts verstaan onder:
a. rechtspositiebesluit: het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;
b. Onze minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;
c. instellingen: 1. instellingen voor basisonderwijs;
2. instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs;
3. instellingen voor (speciaal) voortgezet onderwijs;
4. centrale diensten;
5. instellingen in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie;
6. instellingen voor hoger beroepsonderwijs;
7. instellingen voor landbouwonderwijs;
1. instellingen voor basisonderwijs;
2. instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs;
3. instellingen voor (speciaal) voortgezet onderwijs;
4. centrale diensten;
5. instellingen in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie;
6. instellingen voor hoger beroepsonderwijs;
7. instellingen voor landbouwonderwijs;
d. centrale: een centrale als bedoeld in artikel 1 van het Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel;
e. personeelsorganisatie: een bij een centrale aangesloten vereniging van onderwijspersoneel;
f. stichting: de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs.