BWBR0010244
Geldig vanaf 1999-02-17
Artikel CCII
Reparatiewet I
1. De <a href="/wet/BWBR0008231" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet van 11 september 1996, houdende een gemeentelijke herindeling in de samenwerkingsgebieden Midden-Brabant, Breda en Westelijk Noord-Brabant en in een gedeelte van de samenwerkingsgebieden Zuidoost-Brabant en 's-Hertogenbosch</a>(Stb. 449) is niet van invloed op de bevoegdheid van de rechter in burgerlijke en bestuursrechtelijke zaken of op die van procureurs van partijen met betrekking tot zaken die voorafgaand aan de in die wet geregelde herindeling bij een gerecht aanhangig zijn gemaakt.
2. De in het eerste lid bedoelde wet is evenmin van invloed op de bevoegdheid van de rechter tot kennisneming van strafbare feiten die voorafgaand aan de in die wet geregelde herindeling door de officier van justitie in behandeling zijn genomen, met dien verstande dat in strafzaken waarin na de inwerkingtreding van die wet hoger beroep wordt ingesteld, deze bepaling buiten toepassing blijft.
2. De in het eerste lid bedoelde wet is evenmin van invloed op de bevoegdheid van de rechter tot kennisneming van strafbare feiten die voorafgaand aan de in die wet geregelde herindeling door de officier van justitie in behandeling zijn genomen, met dien verstande dat in strafzaken waarin na de inwerkingtreding van die wet hoger beroep wordt ingesteld, deze bepaling buiten toepassing blijft.