1. Indien voor de datum van inwerkingtreding van artikel CXXXIa, onderdeel B, tegen een besluit van een kamer van koophandel en fabrieken als bedoeld in
artikel 55 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997beroep is ingesteld bij de rechtbank, dan wel tegen een uitspraak van de rechtbank op een beroep tegen een dergelijk besluit hoger beroep is ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en op het beroep of het hoger beroep nog geen uitspraak is gedaan, draagt de rechtbank onderscheidenlijk de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling daarvan over aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
2. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel CXXXIa, onderdeel B, nog hoger beroep openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, treedt het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de plaats van de Afdeling bestuursrechtspraak.