BWBR0010149
Geldig vanaf 1999-01-14
Artikel 5
Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS
1. Geen subsidie wordt verleend:
a. indien op het bedrijf blijkens de aangifte overschotheffing 1996 geen varkens werden gehouden, of
b. indien ten aanzien van het bedrijf op of na 1 september 1998 een kennisgeving van een overgang van het varkensrecht is gedaan als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet, of
c. indien de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond voorzover die in een reservaatsgebied of een natuurontwikkelingsproject ligt, op of na de datum waarop deze regeling wordt bekendgemaakt, anders dan door eigendomsoverdracht aan BBL, is verkleind, of
d. indien de beëindiging van het bedrijf heeft plaatsgevonden voordat een aanvraag tot subsidieverlening was ingediend, of
e. indien de aanvrager uit anderen hoofde een subsidie is verleend ter zake van de beëindiging, verplaatsing of hervestiging van zijn bedrijf of een gedeelte daarvan.
2. De minister kan van het eerste lid, onder a, d of e afwijken ten aanzien van bedrijven waarvoor uit hoofde van een andere regeling ter zake van de beëindiging, verplaatsing of hervestiging van bedrijven of gedeelten daarvan een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend die op het moment dat deze regeling in werking treedt nog niet was verstrekt, met dien verstande dat, tenzij de uit anderen hoofde verleende subsidie wordt ingetrokken, zij op de subsidie, bedoeld in artikel 2, in mindering worden gebracht.
3. Indien de subsidie een bedrag voor de vermindering van het varkensrecht omvat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 1
a. indien op het bedrijf blijkens de aangifte overschotheffing 1996 geen varkens werden gehouden, of
b. indien ten aanzien van het bedrijf op of na 1 september 1998 een kennisgeving van een overgang van het varkensrecht is gedaan als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet, of
c. indien de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond voorzover die in een reservaatsgebied of een natuurontwikkelingsproject ligt, op of na de datum waarop deze regeling wordt bekendgemaakt, anders dan door eigendomsoverdracht aan BBL, is verkleind, of
d. indien de beëindiging van het bedrijf heeft plaatsgevonden voordat een aanvraag tot subsidieverlening was ingediend, of
e. indien de aanvrager uit anderen hoofde een subsidie is verleend ter zake van de beëindiging, verplaatsing of hervestiging van zijn bedrijf of een gedeelte daarvan.
2. De minister kan van het eerste lid, onder a, d of e afwijken ten aanzien van bedrijven waarvoor uit hoofde van een andere regeling ter zake van de beëindiging, verplaatsing of hervestiging van bedrijven of gedeelten daarvan een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend die op het moment dat deze regeling in werking treedt nog niet was verstrekt, met dien verstande dat, tenzij de uit anderen hoofde verleende subsidie wordt ingetrokken, zij op de subsidie, bedoeld in artikel 2, in mindering worden gebracht.
3. Indien de subsidie een bedrag voor de vermindering van het varkensrecht omvat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 1