BWBR0010112
Geldig vanaf 1998-12-23
Artikel 3
Regeling oogstschade 1998
Voor een bijdrage ingevolge deze regeling komt in aanmerking de natuurlijke of rechtspersoon die in 1998 een landbouwbedrijf voor eigen rekening en risico exploiteerde:
a. waarop blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1998 dan wel de opgave, bedoeld in artikel 6, tweede lid, één of meer van de in bijlage 1 aangeven gewassen werden geteeld in een zodanige omvang dat de geprognotiseerde opbrengst van het totaal van deze gewassen tenminste f 40.000,- bedraagt,
b. waarop blijkens de gegevens van de landbouwtellingen, gehouden in de referentieperiode, in elk jaar van die periode een of meer van de in bijlage 1 aangegeven gewassen werden geteeld, en
c. waarop een totale schade aan schadegewassen van tenminste f 10.000,- is ontstaan,
d. die ter zake van de schade aanspraak kan maken op een tegemoet-koming van tenminste f 2.000, en die
e. een accurate opgave van de voor deze regeling vereiste gegevens doet,
f. de minister toestemming verleent om alle informatie in te winnen die vereist is voor de beoordeling van het verzoek,
g. aan de met het toezicht op deze regeling belaste personen alle medewerking verleent die deze vereisen in het kader van hun toezichthoudende taak, en
h. geen opruimings- of oogstactiviteiten heeft ondernomen alvorens daarvoor toestemming te hebben verkregen van de minister.
a. waarop blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1998 dan wel de opgave, bedoeld in artikel 6, tweede lid, één of meer van de in bijlage 1 aangeven gewassen werden geteeld in een zodanige omvang dat de geprognotiseerde opbrengst van het totaal van deze gewassen tenminste f 40.000,- bedraagt,
b. waarop blijkens de gegevens van de landbouwtellingen, gehouden in de referentieperiode, in elk jaar van die periode een of meer van de in bijlage 1 aangegeven gewassen werden geteeld, en
c. waarop een totale schade aan schadegewassen van tenminste f 10.000,- is ontstaan,
d. die ter zake van de schade aanspraak kan maken op een tegemoet-koming van tenminste f 2.000, en die
e. een accurate opgave van de voor deze regeling vereiste gegevens doet,
f. de minister toestemming verleent om alle informatie in te winnen die vereist is voor de beoordeling van het verzoek,
g. aan de met het toezicht op deze regeling belaste personen alle medewerking verleent die deze vereisen in het kader van hun toezichthoudende taak, en
h. geen opruimings- of oogstactiviteiten heeft ondernomen alvorens daarvoor toestemming te hebben verkregen van de minister.