BWBR0010062
Geldig vanaf 2014-11-17
Artikel 4:4
Ontslagbesluit
1. Indien toepassing van de artikelen 4:1en 4:2er toe leidt dat een of meer werknemers met een arbeidshandicap voor ontslag in aanmerking komen, kan toestemming te hunner aanzien slechts worden verleend indien is voldaan aan artikel 5:2, onderdeel b.
2. Als werknemers met een arbeidshandicap, bedoeld in het eerste lid, worden aangemerkt werknemers:
a. die voor 29 december 2005 als arbeidsgehandicapte zijn aangemerkt op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten voor zolang aanspraak bestaat op voorzieningen op grond van die wet;
b. met een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een uitkering of recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
c. waarvoor voorzieningen zijn getroffen tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid; of
d. die bij ziekte recht hebben op ziekengeld als bedoeld in artikel 29b van de Ziektewet.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op werknemers die de in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet</a>bedoelde leeftijd hebben bereikt.
2. Als werknemers met een arbeidshandicap, bedoeld in het eerste lid, worden aangemerkt werknemers:
a. die voor 29 december 2005 als arbeidsgehandicapte zijn aangemerkt op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten voor zolang aanspraak bestaat op voorzieningen op grond van die wet;
b. met een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een uitkering of recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
c. waarvoor voorzieningen zijn getroffen tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid; of
d. die bij ziekte recht hebben op ziekengeld als bedoeld in artikel 29b van de Ziektewet.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op werknemers die de in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet</a>bedoelde leeftijd hebben bereikt.