BWBR0010062
Geldig vanaf 2014-11-17
Artikel 4:2
Ontslagbesluit
1. Voor zover het bij de te vervallen arbeidsplaatsen om uitwisselbare functies gaat, worden per leeftijdsgroep binnen een categorie uitwisselbare functies van de bedrijfsvestiging de werknemers met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking gebracht, waarbij het aantal werknemers dat per leeftijdsgroep voor ontslag in aanmerking wordt gebracht voor zover mogelijk overeenkomt met de onderlinge verhouding van het aantal werknemers in elk van de leeftijdsgroepen binnen de betreffende categorie uitwisselbare functies. De in de eerste volzin bedoelde leeftijdsgroepen zijn de groepen van 15 tot 25 jaar, van 25 tot 35 jaar, van 35 tot 45 jaar, van 45 tot 55 jaar en van 55 jaar tot de in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet</a>genoemde leeftijd.
2. Indien in de desbetreffende categorie uitwisselbare functies van de bedrijfsvestiging werknemers werkzaam zijn die de in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet</a>bedoelde leeftijd hebben bereikt, worden deze werknemers, alvorens het eerste lid wordt toegepast, het eerst voor ontslag in aanmerking gebracht. Van deze werknemers worden vervolgens de werknemers met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking gebracht.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is op een verzoek om toestemming tot opzegging van een arbeidsverhouding in de schoonmaaksector, bijlage A, van een uitzendovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/690" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, bijlage B, en van een arbeidsverhouding in de thuiszorg, de kraamzorg, de jeugdgezondheidszorg, met een verpleeg- of een verzorgingshuis, of in de gehandicaptenzorg of de jeugdhulp, bijlage C, bij deze regeling van toepassing.
4. Indien de werkgever aannemelijk maakt dat de vervanging van een werknemer die uit hoofde van zijn functie bij een derde te werk is gesteld om onder diens toezicht en leiding werkzaam te zijn, in redelijkheid niet kan worden geëffectueerd, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deze werknemer bij de toepassing van het eerste lid buiten beschouwing laten.
5. Indien de werkgever aannemelijk maakt dat een werknemer over zodanige bijzondere kennis of bekwaamheden beschikt, dat zijn ontslag voor het functioneren van de onderneming te bezwaarlijk zou zijn, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deze werknemer bij de toepassing van het eerste en derde lid buiten beschouwing laten.
6. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan toestemming weigeren ten aanzien van een werknemer die overeenkomstig het eerste en derde lid voor ontslag in aanmerking komt, indien deze werknemer een zwakke arbeidsmarktpositie heeft, en dit niet het geval is met de werknemer die alsdan voor ontslag in aanmerking komt.
7. Het vierde tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op de werknemers, bedoeld in het tweede lid.
2. Indien in de desbetreffende categorie uitwisselbare functies van de bedrijfsvestiging werknemers werkzaam zijn die de in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet</a>bedoelde leeftijd hebben bereikt, worden deze werknemers, alvorens het eerste lid wordt toegepast, het eerst voor ontslag in aanmerking gebracht. Van deze werknemers worden vervolgens de werknemers met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking gebracht.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is op een verzoek om toestemming tot opzegging van een arbeidsverhouding in de schoonmaaksector, bijlage A, van een uitzendovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/690" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, bijlage B, en van een arbeidsverhouding in de thuiszorg, de kraamzorg, de jeugdgezondheidszorg, met een verpleeg- of een verzorgingshuis, of in de gehandicaptenzorg of de jeugdhulp, bijlage C, bij deze regeling van toepassing.
4. Indien de werkgever aannemelijk maakt dat de vervanging van een werknemer die uit hoofde van zijn functie bij een derde te werk is gesteld om onder diens toezicht en leiding werkzaam te zijn, in redelijkheid niet kan worden geëffectueerd, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deze werknemer bij de toepassing van het eerste lid buiten beschouwing laten.
5. Indien de werkgever aannemelijk maakt dat een werknemer over zodanige bijzondere kennis of bekwaamheden beschikt, dat zijn ontslag voor het functioneren van de onderneming te bezwaarlijk zou zijn, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deze werknemer bij de toepassing van het eerste en derde lid buiten beschouwing laten.
6. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan toestemming weigeren ten aanzien van een werknemer die overeenkomstig het eerste en derde lid voor ontslag in aanmerking komt, indien deze werknemer een zwakke arbeidsmarktpositie heeft, en dit niet het geval is met de werknemer die alsdan voor ontslag in aanmerking komt.
7. Het vierde tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op de werknemers, bedoeld in het tweede lid.