BWBR0010041
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 5
Experimentenwet Stad en Milieu
1. Op de voorbereiding van een besluit krachtens artikel 3, eerste lid, is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing. Het ontwerp van het besluit wordt tevens toegezonden aan de inspecteur en de daarbij een belang hebbende andere bestuursorganen. Van het ontwerp wordt mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
2. De gemeenteraad stelt de inspecteur en gedeputeerde staten in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit.
3. De gemeenteraad stelt het terzake van de bepaling waarvan afwijking wordt overwogen bevoegde gezag in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit. Het bevoegd gezag betrekt bij de voorbereiding van zijn advies de bestuursorganen die ingevolge enig wettelijk voorschrift zijn aangewezen om hem terzake van advies te dienen.
4. Het derde lid vindt geen toepassing voor zover een orgaan van de gemeente als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen.
5. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de terinzagelegging van het ontwerp, genomen. De gemeenteraad kan deze termijn verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn. De motivering omvat de reden voor de verlenging. Van een besluit tot verlenging wordt, tegelijkertijd met de bekendmaking ervan, mededeling gedaan aan de inspecteur, de betrokken andere bestuursorganen en degenen die zienswijzen naar voren hebben gebracht over het ontwerp van het besluit.
2. De gemeenteraad stelt de inspecteur en gedeputeerde staten in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit.
3. De gemeenteraad stelt het terzake van de bepaling waarvan afwijking wordt overwogen bevoegde gezag in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit. Het bevoegd gezag betrekt bij de voorbereiding van zijn advies de bestuursorganen die ingevolge enig wettelijk voorschrift zijn aangewezen om hem terzake van advies te dienen.
4. Het derde lid vindt geen toepassing voor zover een orgaan van de gemeente als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen.
5. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de terinzagelegging van het ontwerp, genomen. De gemeenteraad kan deze termijn verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn. De motivering omvat de reden voor de verlenging. Van een besluit tot verlenging wordt, tegelijkertijd met de bekendmaking ervan, mededeling gedaan aan de inspecteur, de betrokken andere bestuursorganen en degenen die zienswijzen naar voren hebben gebracht over het ontwerp van het besluit.