BWBR0010041
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 3
Experimentenwet Stad en Milieu
1. De gemeenteraad kan ten aanzien van een experimenteergebied binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet in het belang van een zuinig en doelmatig ruimtegebruik en het bereiken van een optimale leefkwaliteit in het stedelijke gebied een besluit nemen tot afwijking van:
a. milieukwaliteitseisen met betrekking tot bodem, geluid, lucht en externe veiligheid;
b. procedurele bepalingen en bepalingen inzake bevoegdheden, gesteld bij of krachtens de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming, de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Woningwet en de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.
2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde bevoegdheid geldt niet met betrekking tot milieukwaliteitseisen, gesteld bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0002267" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Luchtvaartwet</a>.
3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt niet, voor zover door de afwijking strijd zou ontstaan met EG-richtlijnen.
a. milieukwaliteitseisen met betrekking tot bodem, geluid, lucht en externe veiligheid;
b. procedurele bepalingen en bepalingen inzake bevoegdheden, gesteld bij of krachtens de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming, de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Woningwet en de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.
2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde bevoegdheid geldt niet met betrekking tot milieukwaliteitseisen, gesteld bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0002267" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Luchtvaartwet</a>.
3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt niet, voor zover door de afwijking strijd zou ontstaan met EG-richtlijnen.