BWBR0010035
Geldig vanaf 1998-12-15
Artikel 2
Regeling aanvraag en toelating vergunningen op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang
1. Een aanvraag tot verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte door middel van de procedure op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang, dient te geschieden door middel van een daartoe strekkend formulier.
2. De aanvraag tot verlening van een vergunning voor frequentieruimte alsmede de aanvraag tot wijziging of intrekking van een vergunning wordt ingediend bij de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Van aanvragen die betrekking hebben op openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten verstrekt de minister een afschrift aan het college.
3. Een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van singlepoint-singlepoint straalverbindingen, alsmede een aanvraag voor de verlening, wijziging of intrekking van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie of voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen kan bij de Rijksdienst voor Radiocommunicatie worden ingediend langs elektronische weg met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch aanvraagformulier.
4. De aanvrager die voor de eerste maal een aanvraag langs elektronische weg als bedoeld in het derde lid indient, geeft daarbij een persoonlijke code op en verzendt binnen drie dagen na de datum van elektronische verzending van het elektronisch aanvraagformulier aan de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat per gewone post een door hem ondertekende schriftelijke verklaring dat hij een aanvraag langs elektronische weg heeft ingediend.
5. Bij het indienen van een volgende aanvraag langs elektronische weg verstrekt de aanvrager naast de op het elektronische aanvraagformulier gevraagde gegevens de persoonlijke code, bedoeld in het vierde lid.
6. Voor de verklaring, bedoeld in het vierde lid, gebruikt de aanvrager de door de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat opgestelde modelverklaring.
7. Indien de aanvraag tot verlening van een vergunning betrekking heeft op frequentieruimte die is bestemd voor openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten, kan de minister, naast de gegevens die worden gevraagd in het formulier, nadere gegevens vragen aan de aanvrager ter beoordeling van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder b.
2. De aanvraag tot verlening van een vergunning voor frequentieruimte alsmede de aanvraag tot wijziging of intrekking van een vergunning wordt ingediend bij de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Van aanvragen die betrekking hebben op openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten verstrekt de minister een afschrift aan het college.
3. Een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van singlepoint-singlepoint straalverbindingen, alsmede een aanvraag voor de verlening, wijziging of intrekking van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie of voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen kan bij de Rijksdienst voor Radiocommunicatie worden ingediend langs elektronische weg met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch aanvraagformulier.
4. De aanvrager die voor de eerste maal een aanvraag langs elektronische weg als bedoeld in het derde lid indient, geeft daarbij een persoonlijke code op en verzendt binnen drie dagen na de datum van elektronische verzending van het elektronisch aanvraagformulier aan de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat per gewone post een door hem ondertekende schriftelijke verklaring dat hij een aanvraag langs elektronische weg heeft ingediend.
5. Bij het indienen van een volgende aanvraag langs elektronische weg verstrekt de aanvrager naast de op het elektronische aanvraagformulier gevraagde gegevens de persoonlijke code, bedoeld in het vierde lid.
6. Voor de verklaring, bedoeld in het vierde lid, gebruikt de aanvrager de door de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat opgestelde modelverklaring.
7. Indien de aanvraag tot verlening van een vergunning betrekking heeft op frequentieruimte die is bestemd voor openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten, kan de minister, naast de gegevens die worden gevraagd in het formulier, nadere gegevens vragen aan de aanvrager ter beoordeling van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder b.