BWBR0010034
Geldig vanaf 1998-12-15
Artikel 8
Regeling aanwijzing overheidsorganen, bedoeld in artikel 3.4 van de Telecommunicatiewet
1. De in artikel 2aangewezen overheidsorganen zijn vrijgesteld van de voorschriften bij of krachtens hoofdstuk 10 van de Telecommunicatiewet, behoudens de voorschriften inzake elektromagnetische compatibiliteit en randapparaten.
2. De aangewezen overheidsorganen zullen al het mogelijke doen wat redelijkerwijs van hen verwacht mag worden om te voorkomen dat het door hen uitgeoefende gebruik van de toegewezen frequentieruimte storing of belemmering zal veroorzaken in radiozendapparaten werkende in de niet ten behoeve van hen toegewezen delen van de frequentieruimte dan wel in overige elektrische of elektronische apparaten.
3. De aangewezen overheidsorganen dienen voorts medewerking te verlenen aan de behandeling van klachten over storing door de door hen gebruikte radiozendapparaten, welke behandeling geschiedt overeenkomstig de Regeling klachtbehandeling elektrische en elektronische apparaten.
2. De aangewezen overheidsorganen zullen al het mogelijke doen wat redelijkerwijs van hen verwacht mag worden om te voorkomen dat het door hen uitgeoefende gebruik van de toegewezen frequentieruimte storing of belemmering zal veroorzaken in radiozendapparaten werkende in de niet ten behoeve van hen toegewezen delen van de frequentieruimte dan wel in overige elektrische of elektronische apparaten.
3. De aangewezen overheidsorganen dienen voorts medewerking te verlenen aan de behandeling van klachten over storing door de door hen gebruikte radiozendapparaten, welke behandeling geschiedt overeenkomstig de Regeling klachtbehandeling elektrische en elektronische apparaten.