BWBR0009986
Geldig vanaf 1998-11-29
Artikel 3
Aanwijzing macro-verstrekkingenbudget ziekenfondsverzekering 1999
1. Ter vaststelling van de voor ieder ziekenfonds afzonderlijk ten laste van de Algemene Kas besteedbare middelen herrekent de Ziekenfondsraad na ommekomst van het jaar 1999 de door hem vastgestelde budgetten, bedoeld in artikel 2.
a Op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, verzekeringsgrond, en regio, worden de budgetten, bedoeld in artikel 2, herrekend.
b.1 Bij de bepaling van de variabele kosten ziekenhuisverpleging worden per ziekenfonds de aantallen verpleegdagen, opnamen, dagen dagverpleging en eerste polikliniekbezoeken vermenigvuldigd met de prijs per productie-indicator zoals gebruikt bij de bepaling van het macro-deelbudget, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a.1. Daarbij wordt het werkelijke aantal eerste polikliniekbezoeken voor ieder ziekenfonds berekend op basis van het werkelijke aantal eerste polikliniekbezoeken naar leeftijd en geslacht van elk ziekenfonds in het jaar 1998.
b.2 Binnen het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel vindt een specifieke verevening plaats overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
b.3 Vervolgens wordt voor het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel voor 30% verevening toegepast op het verschil tussen de naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde variabele kosten ziekenhuisverpleging en het ingevolge onderdeel b.2 herrekende deelbudget.
b.4 Tenslotte vindt nacalculatie plaats ter grootte van 25% van het verschil tussen de naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten van het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel en het ingevolge onderdeel b.3 herrekende macrodeelbudget.
c.1 Bij de de bepaling van de kosten specialistische hulp worden naast de kosten van vrijgevestigde specialisten de kosten van specialisten in loondienst betrokken. De kosten van specialisten in loondienst worden bepaald aan de hand van het aantal verpleegdagen per instelling, en een per instelling berekende en door de Ziekenfondsraad bekend gemaakte specifieke loonkostencomponent per verpleegdag.
c.2 Voor het macro-deelbudget specialistische hulp vindt nacalculatie plaats ter grootte van 95% van het verschil tussen de werkelijke, naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten specialistische hulp en het ingevolge onderdeel a. herrekende deelbudget specialistische hulp.
d.1 De vaste kosten ziekenhuisverpleging worden bepaald door de kosten ziekenhuisverpleging en specialistische hulp te verminderen met de variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten specialistische hulp zoals berekend overeenkomstig de onderdelen b.1 en c.1 vóór toepassing van verevening en nacalculatie.
d.2 Voor het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging vast vindt nacalculatie plaats ter grootte van 95% van het verschil tussen de werkelijke, naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde vaste kosten ziekenhuisverpleging en het ingevolge onderdeel a. herrekende deelbudget.
e.1 Binnen het macro-deelbudget overige verstrekkingen vindt een specifieke verevening plaats overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
e.2 Vervolgens wordt voor het macro-deelbudget overige verstrekkingen voor 30% verevening toegepast op het verschil tussen de werkelijke en naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten overige verstrekkingen en het ingevolge onderdeel e.1 herrekende macro-deelbudget.
2. De specifieke verevening bedoeld in het eerste lid, onder b.2 en e.1, is opgebouwd uit de volgende componenten:
I. Per ziekenfonds wordt ten laste van een pool gebracht 90% van de naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten van individuele verzekerden voorzover deze kosten de grens van f 7.500,- overschrijden. Deze kosten betreffen de variabele kosten ziekenhuisverpleging, met uitzondering van de door het College voor zorgverzekeringen vast te stellen kosten die zijn gerelateerd aan de in onderdeel b.1, tweede volzin, vastgestelde aantallen eerste polikliniekbezoeken, en kosten overige verstrekkingen tezamen, zonder aftrek van nominale premie en opbrengsten van verhaal.
II. Per ziekenfonds wordt ten gunste van de onder I bedoelde pool gebracht een percentage van de deelbudgetten ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen. Dit percentage wordt op een nader door de Ziekenfondsraad aan te geven wijze vastgesteld.
III. Per ziekenfonds worden de uitkomsten van I en II in de vorm van een herrekening toegepast op de individuele budgetten ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen.
3. In het eerste lid, onder b.3, b.4, d.1, en e.2 worden met variabele kosten ziekenhuisverpleging, kosten ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, en kosten overige verstrekkingen slechts die kosten bedoeld die geacht worden ten laste te komen van de desbetreffende budgetten bedoeld in het eerste lid, onder a. Ter bepaling van deze kosten worden nominale rekenpremies alsmede tweederde deel van de opbrengst van verhaal van kosten op derden in mindering gebracht op de door ziekenfondsen gemaakte variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten overige verstrekkingen naar rato van het aandeel van de ingevolge het eerste lid herrekende macro-deelbudgetten ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen binnen het totaal van deze twee deelbudgetten. De nominale rekenpremie bedraagt f 296,- per volwassen verzekerde per jaar.
4. Voor de toepassing van dit artikel blijven buiten beschouwing de kosten van verstrekkingen en vergoedingen waarvoor ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten alsmede de opbrengsten van vorderingen op grond van artikel 22 van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering.
a Op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, verzekeringsgrond, en regio, worden de budgetten, bedoeld in artikel 2, herrekend.
b.1 Bij de bepaling van de variabele kosten ziekenhuisverpleging worden per ziekenfonds de aantallen verpleegdagen, opnamen, dagen dagverpleging en eerste polikliniekbezoeken vermenigvuldigd met de prijs per productie-indicator zoals gebruikt bij de bepaling van het macro-deelbudget, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a.1. Daarbij wordt het werkelijke aantal eerste polikliniekbezoeken voor ieder ziekenfonds berekend op basis van het werkelijke aantal eerste polikliniekbezoeken naar leeftijd en geslacht van elk ziekenfonds in het jaar 1998.
b.2 Binnen het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel vindt een specifieke verevening plaats overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
b.3 Vervolgens wordt voor het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel voor 30% verevening toegepast op het verschil tussen de naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde variabele kosten ziekenhuisverpleging en het ingevolge onderdeel b.2 herrekende deelbudget.
b.4 Tenslotte vindt nacalculatie plaats ter grootte van 25% van het verschil tussen de naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten van het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel en het ingevolge onderdeel b.3 herrekende macrodeelbudget.
c.1 Bij de de bepaling van de kosten specialistische hulp worden naast de kosten van vrijgevestigde specialisten de kosten van specialisten in loondienst betrokken. De kosten van specialisten in loondienst worden bepaald aan de hand van het aantal verpleegdagen per instelling, en een per instelling berekende en door de Ziekenfondsraad bekend gemaakte specifieke loonkostencomponent per verpleegdag.
c.2 Voor het macro-deelbudget specialistische hulp vindt nacalculatie plaats ter grootte van 95% van het verschil tussen de werkelijke, naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten specialistische hulp en het ingevolge onderdeel a. herrekende deelbudget specialistische hulp.
d.1 De vaste kosten ziekenhuisverpleging worden bepaald door de kosten ziekenhuisverpleging en specialistische hulp te verminderen met de variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten specialistische hulp zoals berekend overeenkomstig de onderdelen b.1 en c.1 vóór toepassing van verevening en nacalculatie.
d.2 Voor het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging vast vindt nacalculatie plaats ter grootte van 95% van het verschil tussen de werkelijke, naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde vaste kosten ziekenhuisverpleging en het ingevolge onderdeel a. herrekende deelbudget.
e.1 Binnen het macro-deelbudget overige verstrekkingen vindt een specifieke verevening plaats overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
e.2 Vervolgens wordt voor het macro-deelbudget overige verstrekkingen voor 30% verevening toegepast op het verschil tussen de werkelijke en naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten overige verstrekkingen en het ingevolge onderdeel e.1 herrekende macro-deelbudget.
2. De specifieke verevening bedoeld in het eerste lid, onder b.2 en e.1, is opgebouwd uit de volgende componenten:
I. Per ziekenfonds wordt ten laste van een pool gebracht 90% van de naar het oordeel van de Ziekenfondsraad verantwoorde kosten van individuele verzekerden voorzover deze kosten de grens van f 7.500,- overschrijden. Deze kosten betreffen de variabele kosten ziekenhuisverpleging, met uitzondering van de door het College voor zorgverzekeringen vast te stellen kosten die zijn gerelateerd aan de in onderdeel b.1, tweede volzin, vastgestelde aantallen eerste polikliniekbezoeken, en kosten overige verstrekkingen tezamen, zonder aftrek van nominale premie en opbrengsten van verhaal.
II. Per ziekenfonds wordt ten gunste van de onder I bedoelde pool gebracht een percentage van de deelbudgetten ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen. Dit percentage wordt op een nader door de Ziekenfondsraad aan te geven wijze vastgesteld.
III. Per ziekenfonds worden de uitkomsten van I en II in de vorm van een herrekening toegepast op de individuele budgetten ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen.
3. In het eerste lid, onder b.3, b.4, d.1, en e.2 worden met variabele kosten ziekenhuisverpleging, kosten ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, en kosten overige verstrekkingen slechts die kosten bedoeld die geacht worden ten laste te komen van de desbetreffende budgetten bedoeld in het eerste lid, onder a. Ter bepaling van deze kosten worden nominale rekenpremies alsmede tweederde deel van de opbrengst van verhaal van kosten op derden in mindering gebracht op de door ziekenfondsen gemaakte variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten overige verstrekkingen naar rato van het aandeel van de ingevolge het eerste lid herrekende macro-deelbudgetten ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen binnen het totaal van deze twee deelbudgetten. De nominale rekenpremie bedraagt f 296,- per volwassen verzekerde per jaar.
4. Voor de toepassing van dit artikel blijven buiten beschouwing de kosten van verstrekkingen en vergoedingen waarvoor ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten alsmede de opbrengsten van vorderingen op grond van artikel 22 van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering.