BWBR0009986
Geldig vanaf 1998-11-29
Artikel 2
Aanwijzing macro-verstrekkingenbudget ziekenfondsverzekering 1999
1. De besteedbare middelen, genoemd in artikel 1, worden verdeeld in:
a. een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging en specialistische hulp ad f 14.188.526.000.-, bestaande uit: a.1 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel ad f3.312.339.000,-;
a.2 een macro-deelbudget specialistische hulp ad f 2.267.318.000,- ;
a.3 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging vast ad f 8.608.869.000,-;
a.1 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel ad f3.312.339.000,-;
a.2 een macro-deelbudget specialistische hulp ad f 2.267.318.000,- ;
a.3 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging vast ad f 8.608.869.000,-;
b. een macro-deelbudget overige verstrekkingen ad f 8.002.774.000,-.
2. Voor de verdeling van de verstrekkingen naar de verschillende macro-deelbudgetten wordt aangesloten bij het Jaaroverzicht Zorg 1999 (JOZ 1999), met uitzondering van kosten van specialisten in loondienst. Deze worden niet zoals in het JOZ beschouwd als kosten ziekenhuisverpleging maar als kosten specialistische hulp. Het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging en specialistische hulp omvat de verstrekkingen die ten grondslag liggen aan de raming van de kosten voor algemene, categorale en academische ziekenhuizen, specialistische hulp, en overige voorzieningen curatieve zorg in het JOZ 1999, echter exclusief In Vitro Fertilisatie. Het macro-deelbudget overige verstrekkingen omvat alle overige ZFW-verstrekkingen die niet zijn opgenomen in het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging en specialistische hulp.
3. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a.1, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds. De verdeling geschiedt aan de hand van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek. Bij de verdeling wordt uitgegaan van de in Tabel 1 geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren voor ziekenfondsverzekerden voor 1999.
[tabel]
Aan de productie-indicatoren worden de in Tabel 2 genoemde prijzen gekoppeld.
[tabel]
Bij de verdeling van de besteedbare middelen wordt rekening gehouden met de verzekerdenaantallen naar ’leeftijd’, ’geslacht’, ’verzekeringsgrond’ en ’regio’. Aan deze onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Bij de toepassing van het verzekeringsgrondcriterium wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd. Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de verzekeringsgrondgewichten zoals vermeld in Tabel 3.
[tabel]
Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de omgevingsadressendichtheid van postcodes (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten gebruikt zoals opgenomen in Tabel 4.
[tabel]
4. Het macro-deelbudget, genoemd in het eerste lid, onder a.2, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds. Bij de verdeling van de besteedbare middelen wordt rekening gehouden met de verzekerdenaantallen naar ’leeftijd’, ’geslacht’, ’verzekeringsgrond’ en ’regio’. Bij de toepassing van het verzekeringsgrondcriterium wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd. Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de verzekeringsgrondgewichten zoals vermeld in Tabel 5. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de omgevingsadressendichtheid van postcodes (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten gebruikt zoals opgenomen in Tabel 6.
[tabel]
[tabel]
5. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a.3, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds op basis van totale historische kosten ziekenhuisverpleging (1997). Voor een nieuw ziekenfonds, dat geen rechtsopvolger van een of meer reeds bestaande ziekenfondsen is, kan worden uitgegaan van een andere basis.
6. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds. Bij de verdeling van de besteedbare middelen wordt rekening gehouden met de verzekerdenaantallen naar ’leeftijd’, ’geslacht’, ’verzekeringsgrond’ en ’regio’. Bij de toepassing van het verzekeringsgrondcriterium wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd. Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de verzekeringsgrondgewichten zoals vermeld in Tabel 3. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden genventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de omgevingsadressendichtheid van postcodes (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten gebruikt zoals opgenomen in Tabel 7.
[tabel]
7. Op de in Tabel 3 tot en met Tabel 7 opgenomen gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand. De Ziekenfondsraad bepaalt per macro-deelbudget het gewicht van de onderscheiden criteria.
8. Bij de bepaling van het aantal ingeschreven verzekerden laat de Ziekenfondsraad de inschrijving buiten beschouwing van verzekerden voor wier kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor inschrijvingen met terugwerkende kracht, voorzover het betreft de periode waarover de inschrijving terugwerkt.
9. Voor de toepassing van de artikelen 3en volgende wordt van het totaal van de in het eerste lid genoemde macro-deelbudgetten een gedeelte, tot een maximum van drie procent op jaarbasis van de in het eerste lid, onder a.1, a.2, en b, genoemde macro-deelbudgetten, in verband met de bestrijding van de kosten van flexibele zorg, alsmede coördinatie- en organisatiekosten van activiteiten gericht op zorgvernieuwing betrekking hebbend op de periode 1 oktober 1996 tot en met 31 december 1999, vervangen door door de Ziekenfondsraad vastgestelde subsidies.
10. a. Voor de toepassing van de artikelen 3 en volgende wordt de in het negende lid bedoelde subsidie aangemerkt als onderdeel van: de deelbudgetten ziekenhuisverpleging vast, specialistische hulp, ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp volgens de in het elfde lid opgenomen verdeelsleutel;
het deelbudget overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die niet in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp.
de deelbudgetten ziekenhuisverpleging vast, specialistische hulp, ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp volgens de in het elfde lid opgenomen verdeelsleutel;
het deelbudget overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die niet in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp.
b. De kosten van flexibele zorg, alsmede de coördinatie- en organisatiekosten van zorgvernieuwing betrekking hebbend op de periode van 1 oktober 1996 tot en met 31 december 1999 worden aangemerkt als kosten van verstrekkingen en vergoedingen in het kader van de Ziekenfondswet, en komen ten laste van de deelbudgetten overeenkomstig de wijze van het aanmerken van de hiervoor beschikbaar gestelde subsidie als onderdeel van de deelbudgetten, bedoeld onder a.
11. De verdeelsleutel, bedoeld in het vorige lid, is gelijk aan de verhouding tussen de deelbudgetten ziekenhuisverpleging vast, specialistische hulp, ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen, die wordt berekend overeenkomstig het eerste lid.
a. een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging en specialistische hulp ad f 14.188.526.000.-, bestaande uit: a.1 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel ad f3.312.339.000,-;
a.2 een macro-deelbudget specialistische hulp ad f 2.267.318.000,- ;
a.3 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging vast ad f 8.608.869.000,-;
a.1 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging variabel ad f3.312.339.000,-;
a.2 een macro-deelbudget specialistische hulp ad f 2.267.318.000,- ;
a.3 een macro-deelbudget ziekenhuisverpleging vast ad f 8.608.869.000,-;
b. een macro-deelbudget overige verstrekkingen ad f 8.002.774.000,-.
2. Voor de verdeling van de verstrekkingen naar de verschillende macro-deelbudgetten wordt aangesloten bij het Jaaroverzicht Zorg 1999 (JOZ 1999), met uitzondering van kosten van specialisten in loondienst. Deze worden niet zoals in het JOZ beschouwd als kosten ziekenhuisverpleging maar als kosten specialistische hulp. Het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging en specialistische hulp omvat de verstrekkingen die ten grondslag liggen aan de raming van de kosten voor algemene, categorale en academische ziekenhuizen, specialistische hulp, en overige voorzieningen curatieve zorg in het JOZ 1999, echter exclusief In Vitro Fertilisatie. Het macro-deelbudget overige verstrekkingen omvat alle overige ZFW-verstrekkingen die niet zijn opgenomen in het macro-deelbudget ziekenhuisverpleging en specialistische hulp.
3. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a.1, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds. De verdeling geschiedt aan de hand van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek. Bij de verdeling wordt uitgegaan van de in Tabel 1 geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren voor ziekenfondsverzekerden voor 1999.
[tabel]
Aan de productie-indicatoren worden de in Tabel 2 genoemde prijzen gekoppeld.
[tabel]
Bij de verdeling van de besteedbare middelen wordt rekening gehouden met de verzekerdenaantallen naar ’leeftijd’, ’geslacht’, ’verzekeringsgrond’ en ’regio’. Aan deze onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Bij de toepassing van het verzekeringsgrondcriterium wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd. Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de verzekeringsgrondgewichten zoals vermeld in Tabel 3.
[tabel]
Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de omgevingsadressendichtheid van postcodes (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten gebruikt zoals opgenomen in Tabel 4.
[tabel]
4. Het macro-deelbudget, genoemd in het eerste lid, onder a.2, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds. Bij de verdeling van de besteedbare middelen wordt rekening gehouden met de verzekerdenaantallen naar ’leeftijd’, ’geslacht’, ’verzekeringsgrond’ en ’regio’. Bij de toepassing van het verzekeringsgrondcriterium wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd. Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de verzekeringsgrondgewichten zoals vermeld in Tabel 5. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de omgevingsadressendichtheid van postcodes (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten gebruikt zoals opgenomen in Tabel 6.
[tabel]
[tabel]
5. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a.3, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds op basis van totale historische kosten ziekenhuisverpleging (1997). Voor een nieuw ziekenfonds, dat geen rechtsopvolger van een of meer reeds bestaande ziekenfondsen is, kan worden uitgegaan van een andere basis.
6. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verdeeld in budgetten voor elk ziekenfonds. Bij de verdeling van de besteedbare middelen wordt rekening gehouden met de verzekerdenaantallen naar ’leeftijd’, ’geslacht’, ’verzekeringsgrond’ en ’regio’. Bij de toepassing van het verzekeringsgrondcriterium wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd. Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de verzekeringsgrondgewichten zoals vermeld in Tabel 3. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden genventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de omgevingsadressendichtheid van postcodes (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten gebruikt zoals opgenomen in Tabel 7.
[tabel]
7. Op de in Tabel 3 tot en met Tabel 7 opgenomen gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand. De Ziekenfondsraad bepaalt per macro-deelbudget het gewicht van de onderscheiden criteria.
8. Bij de bepaling van het aantal ingeschreven verzekerden laat de Ziekenfondsraad de inschrijving buiten beschouwing van verzekerden voor wier kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor inschrijvingen met terugwerkende kracht, voorzover het betreft de periode waarover de inschrijving terugwerkt.
9. Voor de toepassing van de artikelen 3en volgende wordt van het totaal van de in het eerste lid genoemde macro-deelbudgetten een gedeelte, tot een maximum van drie procent op jaarbasis van de in het eerste lid, onder a.1, a.2, en b, genoemde macro-deelbudgetten, in verband met de bestrijding van de kosten van flexibele zorg, alsmede coördinatie- en organisatiekosten van activiteiten gericht op zorgvernieuwing betrekking hebbend op de periode 1 oktober 1996 tot en met 31 december 1999, vervangen door door de Ziekenfondsraad vastgestelde subsidies.
10. a. Voor de toepassing van de artikelen 3 en volgende wordt de in het negende lid bedoelde subsidie aangemerkt als onderdeel van: de deelbudgetten ziekenhuisverpleging vast, specialistische hulp, ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp volgens de in het elfde lid opgenomen verdeelsleutel;
het deelbudget overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die niet in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp.
de deelbudgetten ziekenhuisverpleging vast, specialistische hulp, ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp volgens de in het elfde lid opgenomen verdeelsleutel;
het deelbudget overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die niet in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp.
b. De kosten van flexibele zorg, alsmede de coördinatie- en organisatiekosten van zorgvernieuwing betrekking hebbend op de periode van 1 oktober 1996 tot en met 31 december 1999 worden aangemerkt als kosten van verstrekkingen en vergoedingen in het kader van de Ziekenfondswet, en komen ten laste van de deelbudgetten overeenkomstig de wijze van het aanmerken van de hiervoor beschikbaar gestelde subsidie als onderdeel van de deelbudgetten, bedoeld onder a.
11. De verdeelsleutel, bedoeld in het vorige lid, is gelijk aan de verhouding tussen de deelbudgetten ziekenhuisverpleging vast, specialistische hulp, ziekenhuisverpleging variabel en overige verstrekkingen, die wordt berekend overeenkomstig het eerste lid.