BWBR0009906
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 3
Regeling Taakverdeling Beheer
1. Werkzaamheden ten aanzien van objecten worden onderscheiden in: dagelijks beheer, onderhoud, vervanging, oplevering en wederoplevering.
2. Onder dagelijks beheer wordt verstaan:
a. het overeenkomstig algemeen aanvaarde normen schoonmaken van het object en de inrichting van het object;
b. het bedienen en controleren van het functioneren van alle installaties en gebouwdelen overeenkomstig de bedieningsvoorschriften;
c. het gangbaar houden van de in artikel 2 bedoelde zaken en het verrichten van herstelwerkzaamheden en vernieuwing van kleine onderdelen voor zover daarvoor geen voor de werkzaamheid specialistische kennis benodigd is;
d. het herstellen van schade van beperkte omvang en het opheffen van storingen van beperkte omvang voor zover daarvoor geen voor de werkzaamheid specialistische kennis benodigd is;
e. het aanbrengen van eenvoudige veranderingen aan het object.
3. Onder onderhoud wordt verstaan:
a. het op specialistische wijze handhaven van de noodzakelijke oppervlaktekwaliteit van de in artikel 2 bedoelde zaken, uitvoeren van bodemsanering en asbestverwijdering en bestrijden van ongedierte of organismen die schadelijk zijn voor het object;
b. het op peil houden van de bruikbaarheid van de in artikel 2 bedoelde zaken;
c. het herstellen van schade als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen, ontwerp- en bouwfouten, zettingen en materiaalfouten alsmede het opheffen van storingen waarvoor specialistische kennis noodzakelijk is.
4. Onder vervanging wordt verstaan het op peil houden van de in artikel 2bedoelde zaken na beëindiging van de technische levensduur.
5. Onder oplevering wordt verstaan de feitelijke overdracht in gebruik aan de afnemer.
6. Onder wederoplevering wordt verstaan de feitelijke overdracht aan de dienst door de afnemer.
2. Onder dagelijks beheer wordt verstaan:
a. het overeenkomstig algemeen aanvaarde normen schoonmaken van het object en de inrichting van het object;
b. het bedienen en controleren van het functioneren van alle installaties en gebouwdelen overeenkomstig de bedieningsvoorschriften;
c. het gangbaar houden van de in artikel 2 bedoelde zaken en het verrichten van herstelwerkzaamheden en vernieuwing van kleine onderdelen voor zover daarvoor geen voor de werkzaamheid specialistische kennis benodigd is;
d. het herstellen van schade van beperkte omvang en het opheffen van storingen van beperkte omvang voor zover daarvoor geen voor de werkzaamheid specialistische kennis benodigd is;
e. het aanbrengen van eenvoudige veranderingen aan het object.
3. Onder onderhoud wordt verstaan:
a. het op specialistische wijze handhaven van de noodzakelijke oppervlaktekwaliteit van de in artikel 2 bedoelde zaken, uitvoeren van bodemsanering en asbestverwijdering en bestrijden van ongedierte of organismen die schadelijk zijn voor het object;
b. het op peil houden van de bruikbaarheid van de in artikel 2 bedoelde zaken;
c. het herstellen van schade als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen, ontwerp- en bouwfouten, zettingen en materiaalfouten alsmede het opheffen van storingen waarvoor specialistische kennis noodzakelijk is.
4. Onder vervanging wordt verstaan het op peil houden van de in artikel 2bedoelde zaken na beëindiging van de technische levensduur.
5. Onder oplevering wordt verstaan de feitelijke overdracht in gebruik aan de afnemer.
6. Onder wederoplevering wordt verstaan de feitelijke overdracht aan de dienst door de afnemer.