BWBR0009900
Geldig vanaf 2014-12-09
Artikel 3
Regeling vliegplannen
1. Voor het opgeven van de gegevens van een vliegplan wordt gebruik gemaakt van het vliegplan-formulier, en de daarbij behorende aanwijzingen, als aangegeven in de bijlage A1en A2onder verwijzing naar de bladzijden in de luchtvaartgids, hoofdstuk ENR 1-10. Van wijzigingen in deze bladzijden van de luchtvaartgids wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Bijlage A1en A2liggen ter inzage bij de Luchtverkeersleiding Nederland, FSC.
2. Voor het opgeven van de gegevens van een vliegplan voor een VFR-vlucht waarvoor geen vliegplan is vereist, met het doel eventuele opsporing en redding te vergemakkelijken, volstaat een melding van de volgende gegevens:
a. registratie kenmerk en type luchtvaartuig;
b. luchthaven van vertrek en verwachte tijd van vertrek;
c. luchthaven van bestemming en verwachte tijd van aankomst;
d. endurance;
e. het aantal personen aan boord;
f. de naam van de gezagvoerder.
3. Een vliegplan kan tijdens de vlucht per radio worden gezonden, indien het vliegplan slechts betrekking heeft op een deel van de vlucht. Dit is niet van toepassing op vluchten, waarvan delen worden uitgevoerd:
a. binnen het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van Schiphol;
b. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A.
c. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse B, behoudens voor vluchten met zweefvliegtuigen; of
d. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse C boven vliegniveau 195.
4. Een vliegplan voor een vlucht uitgevoerd met een luchtvaartuig ten behoeve van zoek- en reddingsactiviteiten kan voorafgaande aan of tijdens de vlucht bij de relevante luchtverkeersmeldingspost worden ingediend.
2. Voor het opgeven van de gegevens van een vliegplan voor een VFR-vlucht waarvoor geen vliegplan is vereist, met het doel eventuele opsporing en redding te vergemakkelijken, volstaat een melding van de volgende gegevens:
a. registratie kenmerk en type luchtvaartuig;
b. luchthaven van vertrek en verwachte tijd van vertrek;
c. luchthaven van bestemming en verwachte tijd van aankomst;
d. endurance;
e. het aantal personen aan boord;
f. de naam van de gezagvoerder.
3. Een vliegplan kan tijdens de vlucht per radio worden gezonden, indien het vliegplan slechts betrekking heeft op een deel van de vlucht. Dit is niet van toepassing op vluchten, waarvan delen worden uitgevoerd:
a. binnen het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van Schiphol;
b. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A.
c. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse B, behoudens voor vluchten met zweefvliegtuigen; of
d. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse C boven vliegniveau 195.
4. Een vliegplan voor een vlucht uitgevoerd met een luchtvaartuig ten behoeve van zoek- en reddingsactiviteiten kan voorafgaande aan of tijdens de vlucht bij de relevante luchtverkeersmeldingspost worden ingediend.