BWBR0009882
Geldig vanaf 1998-09-06
Artikel 9
Subsidieregeling programma technologie en samenleving
1. De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de stuurgroep.
2. De stuurgroep geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;
b. indien zij het onaannemelijk acht dat het project binnen twee jaren na de subsidieverlening kan worden uitgevoerd;
c. indien gegronde vrees bestaat dat de aanvragers het project niet kunnen financieren;
d. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de aanvragers de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
e. indien gegronde vrees bestaat dat het project technisch, economisch of maatschappelijk niet haalbaar is.
3. De stuurgroep rangschikt per deelprogramma de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de toepassing van technologie in het project meer vernieuwend is voor het in het betrokken deelprogramma beschreven aandachtsgebied,
b. het project meer maatschappelijk voordeel oplevert met betrekking tot het betrokken aandachtsgebied;
c. het project een groter economisch voordeel oplevert voor de betrokken ondernemers of de overheid, met dien verstande dat aan elk van deze criteria een gelijk gewicht wordt toegekend.
2. De stuurgroep geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;
b. indien zij het onaannemelijk acht dat het project binnen twee jaren na de subsidieverlening kan worden uitgevoerd;
c. indien gegronde vrees bestaat dat de aanvragers het project niet kunnen financieren;
d. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de aanvragers de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
e. indien gegronde vrees bestaat dat het project technisch, economisch of maatschappelijk niet haalbaar is.
3. De stuurgroep rangschikt per deelprogramma de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de toepassing van technologie in het project meer vernieuwend is voor het in het betrokken deelprogramma beschreven aandachtsgebied,
b. het project meer maatschappelijk voordeel oplevert met betrekking tot het betrokken aandachtsgebied;
c. het project een groter economisch voordeel oplevert voor de betrokken ondernemers of de overheid, met dien verstande dat aan elk van deze criteria een gelijk gewicht wordt toegekend.