BWBR0009882
Geldig vanaf 1998-09-06
Artikel 6
Subsidieregeling programma technologie en samenleving
1. De minister stelt bij ministeriële regeling perioden vast, na afloop waarvan de aanvragen die in die periode in het kader van het desbetreffende deelprogramma zijn ontvangen worden behandeld.
2. De periode in 1998 na afloop waarvan de aanvragen op grond van deze regeling, die in die periode met betrekking tot de in artikel 2, derde lid, bedoelde deelprogramma's zijn ontvangen en die voldoen aan de wettelijke voorschriften, worden behandeld wordt vastgesteld op 1 september 1998 tot en met 19 oktober 1998.
3. De minister stelt voorts bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast voor het verlenen van subsidies op in een periode ontvangen aanvragen. Daarbij stelt hij afzonderlijke subsidieplafonds vast met betrekking tot ieder deelprogramma.
4. De subsidieplafonds voor het in 1998 verlenen van subsidies in het kader van de in artikel 2, derde lid, bedoelde deelprogramma's bedragen voor:
[tabel]
2. De periode in 1998 na afloop waarvan de aanvragen op grond van deze regeling, die in die periode met betrekking tot de in artikel 2, derde lid, bedoelde deelprogramma's zijn ontvangen en die voldoen aan de wettelijke voorschriften, worden behandeld wordt vastgesteld op 1 september 1998 tot en met 19 oktober 1998.
3. De minister stelt voorts bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast voor het verlenen van subsidies op in een periode ontvangen aanvragen. Daarbij stelt hij afzonderlijke subsidieplafonds vast met betrekking tot ieder deelprogramma.
4. De subsidieplafonds voor het in 1998 verlenen van subsidies in het kader van de in artikel 2, derde lid, bedoelde deelprogramma's bedragen voor:
[tabel]