BWBR0009879
Geldig vanaf 1998-09-18
Artikel 3
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998
Aan de Directeur-Generaal en de plaatsvervangend Directeur-Generaal blijft, met inachtneming van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998, voorbehouden het uitoefenen van de bevoegdheden:
a. als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling1;
b. tot beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door de Rijksbouwmeester, de directeuren en de hoofden van een stafbureau;
c. tot het vaststellen van beleidsregels.
a. als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling1;
b. tot beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door de Rijksbouwmeester, de directeuren en de hoofden van een stafbureau;
c. tot het vaststellen van beleidsregels.