BWBR0009854
Geldig vanaf 1998-08-28
Artikel 10
Regeling inkomenstoets vervoersvoorzieningen REA
Artikel 8, eerste lid, van het besluit is niet van toepassing:
a. bij de toekenning van een vervoersvoorziening aan personen aan wie een vervoersvoorziening was toegekend op grond van de Ongevallenwet, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 en van wie die voorziening zonder tussentijdse onderbreking is voortgezet tot het moment van de toekenning van een vervoersvoorziening op grond van de Wet;
b. bij de toekenning van een vervoersvoorziening die betreft: 1º. een vergoeding van de kosten van aanpassing van een vervoermiddel of een vergoeding van een in een vervoermiddel aangebrachte faciliteit, voorzover de aanpassing of de faciliteit noodzakelijk is in verband met ziekte of gebrek;
2º. een vergoeding voor de aanschaf, of een verstrekking, van een vervoermiddel voor het vervoer buitenshuis dat is bestemd voor het gebruik door een persoon met een ziekte of gebrek;
3º. een vergoeding van de meerkosten van de aanschaf en het gebruik van een bijzonder type auto die samenhangt met ziekte of gebrek, voorzover deze meerkosten niet meer bedragen dan het verschil tussen de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt beschouwd als een referentie-auto en de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Landelijke instituut sociale verzekeringen zou zijn toegekend indien er sprake zou zijn geweest van een bruikleensituatie, dan wel het een vergoeding van dienovereenkomstige meerkosten betreft;
4º. de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een taxi;
5º. de vergoeding van het gebruik van een taxi om de werkplek te kunnen bereiken en die vergoeding niet meer bedraagt het verschil tussen de kosten van het gebruik van een taxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor het gebruik van een eigen auto.
6º. een vergoeding van de kosten die iemand moet maken voor het kunnen volgen van rijlessen in een aangepaste auto en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen de kosten van het volgen van autorijlessen in een niet aangepaste auto en het volgen van autorijlessen in een aangepaste auto;
7º. een vergoeding van vervoerskosten in verband met het volgen van scholing.
1º. een vergoeding van de kosten van aanpassing van een vervoermiddel of een vergoeding van een in een vervoermiddel aangebrachte faciliteit, voorzover de aanpassing of de faciliteit noodzakelijk is in verband met ziekte of gebrek;
2º. een vergoeding voor de aanschaf, of een verstrekking, van een vervoermiddel voor het vervoer buitenshuis dat is bestemd voor het gebruik door een persoon met een ziekte of gebrek;
3º. een vergoeding van de meerkosten van de aanschaf en het gebruik van een bijzonder type auto die samenhangt met ziekte of gebrek, voorzover deze meerkosten niet meer bedragen dan het verschil tussen de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt beschouwd als een referentie-auto en de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Landelijke instituut sociale verzekeringen zou zijn toegekend indien er sprake zou zijn geweest van een bruikleensituatie, dan wel het een vergoeding van dienovereenkomstige meerkosten betreft;
4º. de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een taxi;
5º. de vergoeding van het gebruik van een taxi om de werkplek te kunnen bereiken en die vergoeding niet meer bedraagt het verschil tussen de kosten van het gebruik van een taxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor het gebruik van een eigen auto.
6º. een vergoeding van de kosten die iemand moet maken voor het kunnen volgen van rijlessen in een aangepaste auto en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen de kosten van het volgen van autorijlessen in een niet aangepaste auto en het volgen van autorijlessen in een aangepaste auto;
7º. een vergoeding van vervoerskosten in verband met het volgen van scholing.
a. bij de toekenning van een vervoersvoorziening aan personen aan wie een vervoersvoorziening was toegekend op grond van de Ongevallenwet, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 en van wie die voorziening zonder tussentijdse onderbreking is voortgezet tot het moment van de toekenning van een vervoersvoorziening op grond van de Wet;
b. bij de toekenning van een vervoersvoorziening die betreft: 1º. een vergoeding van de kosten van aanpassing van een vervoermiddel of een vergoeding van een in een vervoermiddel aangebrachte faciliteit, voorzover de aanpassing of de faciliteit noodzakelijk is in verband met ziekte of gebrek;
2º. een vergoeding voor de aanschaf, of een verstrekking, van een vervoermiddel voor het vervoer buitenshuis dat is bestemd voor het gebruik door een persoon met een ziekte of gebrek;
3º. een vergoeding van de meerkosten van de aanschaf en het gebruik van een bijzonder type auto die samenhangt met ziekte of gebrek, voorzover deze meerkosten niet meer bedragen dan het verschil tussen de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt beschouwd als een referentie-auto en de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Landelijke instituut sociale verzekeringen zou zijn toegekend indien er sprake zou zijn geweest van een bruikleensituatie, dan wel het een vergoeding van dienovereenkomstige meerkosten betreft;
4º. de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een taxi;
5º. de vergoeding van het gebruik van een taxi om de werkplek te kunnen bereiken en die vergoeding niet meer bedraagt het verschil tussen de kosten van het gebruik van een taxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor het gebruik van een eigen auto.
6º. een vergoeding van de kosten die iemand moet maken voor het kunnen volgen van rijlessen in een aangepaste auto en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen de kosten van het volgen van autorijlessen in een niet aangepaste auto en het volgen van autorijlessen in een aangepaste auto;
7º. een vergoeding van vervoerskosten in verband met het volgen van scholing.
1º. een vergoeding van de kosten van aanpassing van een vervoermiddel of een vergoeding van een in een vervoermiddel aangebrachte faciliteit, voorzover de aanpassing of de faciliteit noodzakelijk is in verband met ziekte of gebrek;
2º. een vergoeding voor de aanschaf, of een verstrekking, van een vervoermiddel voor het vervoer buitenshuis dat is bestemd voor het gebruik door een persoon met een ziekte of gebrek;
3º. een vergoeding van de meerkosten van de aanschaf en het gebruik van een bijzonder type auto die samenhangt met ziekte of gebrek, voorzover deze meerkosten niet meer bedragen dan het verschil tussen de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt beschouwd als een referentie-auto en de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het Landelijke instituut sociale verzekeringen zou zijn toegekend indien er sprake zou zijn geweest van een bruikleensituatie, dan wel het een vergoeding van dienovereenkomstige meerkosten betreft;
4º. de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een taxi;
5º. de vergoeding van het gebruik van een taxi om de werkplek te kunnen bereiken en die vergoeding niet meer bedraagt het verschil tussen de kosten van het gebruik van een taxi en het door het Lisv vastgestelde normbedrag voor het gebruik van een eigen auto.
6º. een vergoeding van de kosten die iemand moet maken voor het kunnen volgen van rijlessen in een aangepaste auto en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen de kosten van het volgen van autorijlessen in een niet aangepaste auto en het volgen van autorijlessen in een aangepaste auto;
7º. een vergoeding van vervoerskosten in verband met het volgen van scholing.