BWBR0009839
Geldig vanaf 1998-08-14
Artikel 6
Regeling in- en uitvoercontroles diervoeders
1. Indien de Minister daartoe redenen ziet, kan hij bepalen dat de producten onder door hem te bepalen voorwaarden, voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer en zonder vergoeding van Staatswege, tot zijn beschikking moeten blijven tot de in artikel 5, eerste en tweede lid, bedoelde controles zijn afgerond.
2. Indien producten niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de in artikel 2, derde lid, bedoelde voorschriften of het bepaalde in deze regeling, kan de Ministergelasten dat de producten, met inachtneming van zijn aanwijzingen en voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer en zonder vergoeding van Staatswege:
buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschap worden gebracht, indien zij afkomstig zijn uit een derde land;
naar de lidstaat van oorsprong worden teruggezonden, na kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van het land waar zich de inrichting bevindt waaruit de producten afkomstig zijn;
binnen een door de in de Minister te bepalen termijn in overeenstemming met de in artikel 2, derde lid, bedoelde voorschriften of het bepaalde in deze regeling worden gebracht, worden ontsmet, dan wel op een andere passende wijze worden behandeld;
voor andere doeleinden worden gebruikt, of
worden vernietigd.
3. De in het tweede lid bedoelde maatregelen brengen de gezondheid van mens of dier of het milieu niet in gevaar.
2. Indien producten niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de in artikel 2, derde lid, bedoelde voorschriften of het bepaalde in deze regeling, kan de Ministergelasten dat de producten, met inachtneming van zijn aanwijzingen en voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer en zonder vergoeding van Staatswege:
buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschap worden gebracht, indien zij afkomstig zijn uit een derde land;
naar de lidstaat van oorsprong worden teruggezonden, na kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van het land waar zich de inrichting bevindt waaruit de producten afkomstig zijn;
binnen een door de in de Minister te bepalen termijn in overeenstemming met de in artikel 2, derde lid, bedoelde voorschriften of het bepaalde in deze regeling worden gebracht, worden ontsmet, dan wel op een andere passende wijze worden behandeld;
voor andere doeleinden worden gebruikt, of
worden vernietigd.
3. De in het tweede lid bedoelde maatregelen brengen de gezondheid van mens of dier of het milieu niet in gevaar.