BWBR0009819
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 3
Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij
1. Voor de toepassing van artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje, van de wet is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen gelijk aan 100% van het fokzeugenrecht indien het aantal individuele voerligboxen gedurende de gehele referentieperiode kleiner was dan of gelijk was aan 32% van het fokzeugenrecht en is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen telkens vier procentpunten minder dan 100% van het fokzeugenrecht voor elk procentpunt dat het aantal individuele voerligboxen groter was dan 32% van het fokzeugenrecht.
2. Voorzover artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje wordt toegepast ter bepaling van de hoogte van het fokzeugenrecht, wordt in plaats van ’te delen door het varkensrecht’ gelezen: te delen door het fokzeugenrecht.
2. Voorzover artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje wordt toegepast ter bepaling van de hoogte van het fokzeugenrecht, wordt in plaats van ’te delen door het varkensrecht’ gelezen: te delen door het fokzeugenrecht.