BWBR0009746
Geldig vanaf 1998-07-25
Artikel 5
Regeling verhoging van de gemiddelde personeelslast van de school (School-GPL) in verband met de algemene salarismaatregel
1. Indien op basis van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs een regeling is vastgesteld waarbij de aanvullende vergoeding met ingang van 1 augustus 1998 wordt berekend op basis van de gemiddelde personeelslast, zijn de volgende leden van toepassing.
2. Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor de directie, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het voor de school geldend bedrag, genoemd in artikel 4, eerste lid.
3. Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor leraren, bedraagt de vergoeding per formatieplaats:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 94.633,60
• schoolsoortgroep 2: ƒ 114.566,59
• schoolsoortgroep 3: ƒ 108.805,52
• schoolsoortgroep 4: ƒ 100.516,94
4. Indien een school op grond van een regeling ex artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor onderwijsondersteunend personeel, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 4, derde lid.
2. Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor de directie, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het voor de school geldend bedrag, genoemd in artikel 4, eerste lid.
3. Indien een school ingevolge een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor leraren, bedraagt de vergoeding per formatieplaats:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 94.633,60
• schoolsoortgroep 2: ƒ 114.566,59
• schoolsoortgroep 3: ƒ 108.805,52
• schoolsoortgroep 4: ƒ 100.516,94
4. Indien een school op grond van een regeling ex artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor onderwijsondersteunend personeel, is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 4, derde lid.