1. In verband met wijziging van de bedragen ZKOO-tegemoetkoming en de verhoging daarvan met 0,5% algemene salarismaatregel CAO sector O&W 1996-1998, worden de bedragen van de landelijke gemiddelde personeelslast, genoemd in paragraaf II van deze regeling, vanaf 1 december 1998 verhoogd. In verband daarmee worden de bedragen van de landelijke gemiddelde personeelslast vastgesteld zoals aangegeven in het tweede tot en met het vierde lid, en artikel 7.
2. Voor de directie van de in artikel 3 genoemde scholen bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 123.675,30
• schoolsoortgroep 2: ƒ 147.607,48
• schoolsoortgroep 3: ƒ 146.031,92
• schoolsoortgroep 4: ƒ 141.850,42
3. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren van de in artikel 3 genoemde scholen wordt per school bepaald volgens de formule: cf* ggl + c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 1.762,38
• schoolsoortgroep 2: ƒ 2.593,41
• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.209,90
• schoolsoortgroep 4: ƒ 1.921,86
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 24 februari 1998 VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7), eerste respectievelijk tweede lid, en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 17.644,04
• schoolsoortgroep 2: ƒ 2.971,84
• schoolsoortgroep 3: ƒ 13.279,90
• schoolsoortgroep 4: ƒ 17.008,93
4. Voor het onderwijsondersteunend personeel van de in artikel 3 genoemde scholen bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast ongeacht de schoolsoortgroep per formatieplaats ƒ 62.831,16