BWBR0009620
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 6c
Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Wik
1. Op verzoek van de adviserende instelling betaalt de minister:
a. per kalenderkwartaal, binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, een voorschot ter hoogte van een vierde deel van het bedrag, genoemd in artikel 6a, onder a;
b. per maand, binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, een voorschot in de vergoeding, bedoeld in artikel 6a, onder b, van de op basis van de door de adviserende instelling in de voorafgaande maand uitgebrachte adviezen, voor zover deze adviezen ingevolge artikel 6a, onder b, voor vergoeding in aanmerking komen.
2. Het verzoek om een voorschot wordt ingericht overeenkomstig het bij deze regeling behorende model.
3. Indien de jaaropgave en de daarop betrekking hebbende verklaring niet uiterlijk op de in artikel 6b, eerste lid, genoemde datum zijn ontvangen, kan de minister met ingang van het vierde kwartaal van het lopende vergoedingsjaar de betaling van maand- en kwartaalvoorschotten opschorten.
a. per kalenderkwartaal, binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, een voorschot ter hoogte van een vierde deel van het bedrag, genoemd in artikel 6a, onder a;
b. per maand, binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, een voorschot in de vergoeding, bedoeld in artikel 6a, onder b, van de op basis van de door de adviserende instelling in de voorafgaande maand uitgebrachte adviezen, voor zover deze adviezen ingevolge artikel 6a, onder b, voor vergoeding in aanmerking komen.
2. Het verzoek om een voorschot wordt ingericht overeenkomstig het bij deze regeling behorende model.
3. Indien de jaaropgave en de daarop betrekking hebbende verklaring niet uiterlijk op de in artikel 6b, eerste lid, genoemde datum zijn ontvangen, kan de minister met ingang van het vierde kwartaal van het lopende vergoedingsjaar de betaling van maand- en kwartaalvoorschotten opschorten.