1. De indiening van een kwartaaldeclaratie door burgemeester en wethouders wordt beschouwd als een verzoek als bedoeld in
artikel 37, eerste lid, van de Wikom een betaling van het kwartaalvoorschot voor het desbetreffende kwartaal en tevens van de maandvoorschotten voor het tweede kwartaal volgend op het kalenderkwartaal waarop de kwartaaldeclaratie betrekking heeft.
2. De in het eerste lid bedoelde voorschotten worden onverminderd het derde, vierde en zesde lid betaald:
a. per maand, op of omstreeks de vijftiende van de maand, op basis van de twee kwartalen terugliggende kwartaaldeclaratie, waarbij afstemming plaatsvindt op de landelijk verwachte kosten over die maand;
b. per kwartaal, op of omstreeks de vijftiende van de maand volgende op de maand waarin de kwartaaldeclaratie wordt ontvangen, ter hoogte van de kwartaaldeclaratie, met verrekening van de over dat kwartaal eerder betaalde maandvoorschotten.
3. Indien de kwartaaldeclaratie niet uiterlijk op de in artikel 4, tweede lid, genoemde datum is ontvangen, kan de minister de betaling van maandvoorschotten opschorten.
4. Indien op de twintigste van de zesde maand volgende op een kwartaal geen kwartaaldeclaratie over dat kwartaal is ontvangen, dan worden omstreeks de vijftiende van de daaropvolgende maand de nog niet verrekende maandvoorschotten met betrekking tot het betreffende kalenderkwartaal teruggevorderd.
5. Hervatting van de betaling van de maand– en kwartaalvoorschotten als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, en de nabetaling van voorschotten als bedoeld in het derde en vierde lid, vindt alsnog zo spoedig mogelijk plaats na ontvangst van de kwartaaldeclaratie.
6. Indien het verslag en de verklaring, bedoeld in
artikel 33 van de Wik, niet of niet volledig uiterlijk op de in artikel 7, tweede lid, genoemde datum zijn ontvangen, kan de minister met ingang van het vierde kwartaal van het lopende vergoedingsjaar de betaling van maand- en kwartaalvoorschotten opschorten.
7. Onverminderd het derde en vierde lid zal hervatting van de betalingen bedoeld in het zesde lid en de nabetaling van de op grond van het derde lid niet betaalde dan wel teruggevorderde maandvoorschotten plaatsvinden na de ontvangst van het verslag en de verklaring.