BWBR0009603
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 4
Vaststelling aanwijzingen inzake verrichten marktactiviteiten door organisaties binnen de rijksdienst
Ministers en staatssecretarissen zijn verantwoordelijk voor de naleving van de aanwijzingen. Daartoe behoort het zorgdragen voor een vastlegging van deze aanwijzingen in administratieve regels en een goede en tijdige beoordeling van klachten, alsmede de zorg voor het, zo nodig, nemen van maatregelen naar aanleiding van klachten. Aan de in deze aanwijzingen opgenomen interne regels kunnen derden overigens in beginsel geen rechten ontlenen.
Belangrijk is dat de aanwijzingen op een consistente wijze worden toegepast en dat de resultaten van die toepassing worden geëvalueerd. Ten behoeve van een effectieve evaluatie dient de Minister van Economische Zaken een overzicht te hebben van klachten, die tot de verschillende ministeries en daaronder ressorterende dienstonderdelen worden gericht over het marktoptreden van organisaties binnen de rijksdienst. Bij het Ministerie van Economische Zaken zal hiertoe een centraal kennis- en informatiepunt worden gevormd. De verschillende ministeries zullen dit meldpunt informeren over klachten van deze strekking. Ook zullen zij omwille van de evaluatie het kennis- en informatiepunt berichten op welke wijze op ingediende klachten is beslist en welke maatregelen eventueel zijn genomen. Tevens dient de Minister van Economische Zaken geïnformeerd te worden over voornemens die kunnen leiden tot concurrentieverstoring door organisaties binnen de rijksdienst.
De Minister van Economische Zaken brengt regelmatig aan de ministerraad verslag uit over de ingediende klachten, de beslissingen die daarop zijn genomen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan eventueel zijn getroffen. Jaarlijks zal in de memorie van toelichting bij de respectievelijke begrotingen over de naleving van deze aanwijzingen gerapporteerd worden. Binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze aanwijzingen zal de Minister van Economische Zaken een verslag uitbrengen aan de ministerraad over de doeltreffendheid en de effecten van deze aanwijzingen in de praktijk.
Belangrijk is dat de aanwijzingen op een consistente wijze worden toegepast en dat de resultaten van die toepassing worden geëvalueerd. Ten behoeve van een effectieve evaluatie dient de Minister van Economische Zaken een overzicht te hebben van klachten, die tot de verschillende ministeries en daaronder ressorterende dienstonderdelen worden gericht over het marktoptreden van organisaties binnen de rijksdienst. Bij het Ministerie van Economische Zaken zal hiertoe een centraal kennis- en informatiepunt worden gevormd. De verschillende ministeries zullen dit meldpunt informeren over klachten van deze strekking. Ook zullen zij omwille van de evaluatie het kennis- en informatiepunt berichten op welke wijze op ingediende klachten is beslist en welke maatregelen eventueel zijn genomen. Tevens dient de Minister van Economische Zaken geïnformeerd te worden over voornemens die kunnen leiden tot concurrentieverstoring door organisaties binnen de rijksdienst.
De Minister van Economische Zaken brengt regelmatig aan de ministerraad verslag uit over de ingediende klachten, de beslissingen die daarop zijn genomen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan eventueel zijn getroffen. Jaarlijks zal in de memorie van toelichting bij de respectievelijke begrotingen over de naleving van deze aanwijzingen gerapporteerd worden. Binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze aanwijzingen zal de Minister van Economische Zaken een verslag uitbrengen aan de ministerraad over de doeltreffendheid en de effecten van deze aanwijzingen in de praktijk.