BWBR0009546
Geldig vanaf 1998-04-18
Artikel 8
Gecombineerd goederenvervoer 1998
1. In afwijking van artikel 4, vierde lid, kunnen transportondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep slechts één gezamenlijke aanvraag indienen, waarbij één van die ondernemingen de aanvraag indient namens de overige ondernemingen. Indien op de aanvraag positief wordt beschikt, wordt de subsidie toegekend aan de onderneming die als indiener van de aanvraag is opgetreden.
2. Een onderneming, niet zijnde een transportonderneming, die deel uitmaakt van een groep, kan, in afwijking van artikel 4, eerste lid, een aanvraag ter verkrijging van subsidie indienen ter zake van de koop of de lease van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde mate rieel dat bestemd is te worden ingezet door een of meer transportondernemingen binnen de groep.
3. In het geval, bedoeld in het vorige lid, zijn, in afwijking van artikel 7, eerste lid, de transportondernemingen verplicht het materieel bedrijfsmatig in gebruik te houden tot 1 januari 2001.
Vóór 1 april 2001 verklaren de subsidie-ontvanger en de transportonderneming gezamenlijk - door indiening van een per eenheid gespecificeerde verklaring welke is mede-ondertekend door een registeraccountant of accountant/administratief consulent - het materieel tot eerstgenoemde datum als verhuurder te hebben afgestaan respectievelijk als afnemer bedrijfsmatig in gebruik te hebben gehouden.
4. Artikel 7, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een onderneming, niet zijnde een transportonderneming, die deel uitmaakt van een groep, kan, in afwijking van artikel 4, eerste lid, een aanvraag ter verkrijging van subsidie indienen ter zake van de koop of de lease van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde mate rieel dat bestemd is te worden ingezet door een of meer transportondernemingen binnen de groep.
3. In het geval, bedoeld in het vorige lid, zijn, in afwijking van artikel 7, eerste lid, de transportondernemingen verplicht het materieel bedrijfsmatig in gebruik te houden tot 1 januari 2001.
Vóór 1 april 2001 verklaren de subsidie-ontvanger en de transportonderneming gezamenlijk - door indiening van een per eenheid gespecificeerde verklaring welke is mede-ondertekend door een registeraccountant of accountant/administratief consulent - het materieel tot eerstgenoemde datum als verhuurder te hebben afgestaan respectievelijk als afnemer bedrijfsmatig in gebruik te hebben gehouden.
4. Artikel 7, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.