BWBR0009538
Geldig vanaf 1998-04-24
Artikel VI
Wijzigingsbesluit Formatiebesluit WBO 1992, enz. (verruimen van de onvoorwaardelijk toe te kennen herbezetting ivm uitbreiding van arbeidsduurverkorting en toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen)
1. Indien voor het schooljaar 1996–1997 het aantal formatierekeneenheden, berekend en toegekend op basis van artikel 6 van het Formatiebesluit WBO 1992, het Besluit trekkende bevolking WBO, of de artikelen 7en 13 van het Formatiebesluit ISOVSO 1992, voor de onder het beheer van het bevoegd gezag staande scholen voor basisonderwijs, onderscheidenlijk voor de onder het beheer van het bevoegd gezag staande scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, groter is dan het aantal formatierekeneenheden dat op basis van de hiervoor genoemde artikelen van de genoemde besluiten, met uitzondering van de verhoging op basis van de artikelen 13b, vierde lid of lid 4a, en 13c van het Formatiebesluit WBO 1992, onderscheidenlijk de artikelen B 16i.1, vierde lid of lid 4a, en B 16i.2, derde lid, C 15i.1, vierde lid of lid 4a, en C 15i.2, derde lid, D 12i.1, vierde lid of lid 4a, en D 12i.2, derde lid, F 13i.1, vierde lid of lid 4a, en F 13i.2, derde lid, van het Besluit trekkende bevolking WBO, onderscheidenlijk de artikelen 20b, vierde lid of lid 4a, en 20c, derde lid, van het Formatiebesluit ISOVSO 1992, voor het schooljaar 1997–1998 beschikbaar is, geeft Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het schooljaar 1997–1998 toepassing aan de genoemde artikelen.
2. Indien voor het schooljaar 1996–1997 het aantal full time equivalenten, berekend en toegekend op basis van het Formatiebesluit W.V.O., voor de onder het beheer van het bevoegd gezag staande scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, scholen voor algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, groter is dan het aantal full time equivalenten dat op basis van het Formatiebesluit W.V.O. met uitzondering van de verhoging op basis van artikel 5, vierde lid of lid 4a, van het FormatiebesluitW.V.O., voor het schooljaar 1997–1998 beschikbaar is, geeft Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het schooljaar 1997–1998 toepassing aan de genoemde artikelen.
3. In afwijking van de in het eerste en tweede lid genoemde artikelen behoeft het bevoegd gezag geen verzoek tot toepassing van de in het eerste of tweede lid genoemde artikelen in te dienen.
2. Indien voor het schooljaar 1996–1997 het aantal full time equivalenten, berekend en toegekend op basis van het Formatiebesluit W.V.O., voor de onder het beheer van het bevoegd gezag staande scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, scholen voor algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, groter is dan het aantal full time equivalenten dat op basis van het Formatiebesluit W.V.O. met uitzondering van de verhoging op basis van artikel 5, vierde lid of lid 4a, van het FormatiebesluitW.V.O., voor het schooljaar 1997–1998 beschikbaar is, geeft Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het schooljaar 1997–1998 toepassing aan de genoemde artikelen.
3. In afwijking van de in het eerste en tweede lid genoemde artikelen behoeft het bevoegd gezag geen verzoek tot toepassing van de in het eerste of tweede lid genoemde artikelen in te dienen.