BWBR0009494
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 3
Examenreglement zweefvliegen
1. De theorie examens voor de bevoegdverklaringen in het zweefvliegbewijs zijn, afhankelijk van het examenvak en de bevoegdverklaring, schriftelijk en mondeling (gemengd), of uitsluitend mondeling.
2. In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen uitsluitend mondeling te examineren.
3. Bij gemengde examens geldt, dat onder zekere voorwaarden m.b.t. het resultaat van het schriftelijk deel, het mondelinge deel kan komen te vervallen. De tijd tussen het afleggen van het schriftelijk examen en het eventueel af te leggen mondeling examen bedraagt maximaal 6 weken.
4. Van theorie examens die uit meer examenvakken bestaan kunnen deze examenvakken apart worden geëxamineerd. Bij een voldoende resultaat voor één van deze vakken wordt aan de kandidaat een certificaat uitgereikt. De kandidaat is voor het gehele theorie examen geslaagd indien hij binnen de daarvoor gestelde termijn certificaten heeft verworven voor alle vakken van het betreffende examen.
5. Voor de organisatie van de theorie examens worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van te voren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of instituut kontakt met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coördineren de theorie examens binnen hun vereniging of instituut.
6. De coördinator nodigt tijdig een voldoende aantal leden van de examencommissie uit voor het opstellen van de examenvragen, het uitoefenen van toezicht tijdens het schriftelijk gedeelte en het afnemen van de mondelinge examens. De coördinator houdt hierbij rekening met het gestelde in artikel 2, negende lid.
7. De examenopgaven worden gesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte leerstof, opdat een zo goed mogelijk beeld wordt verkregen van de kennis van de kandidaat. Examinatoren maken voor het opstellen van de vragen zoveel mogelijk gebruik van de voor het betreffende examen aanbevolen literatuur.
8. De opgestelde examenopgaven worden door de opstellers zo spoedig aan de coördinator voor het betreffende theorie examen ter hand gesteld of toegezonden. Deze stelt de opgaven na overleg met de opstellers vast en zorgt voor de vermenigvuldiging ervan.
9. Voor ieder af te nemen theorie examen draagt de coördinator zorg voor het beschikbaar zijn van de benodigde examenruimte en de examenmaterialen. Voor de aanvang van een examen is hij verantwoordelijk voor de controle van het geschikt zijn van de examenruimte.
10. Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie aanwezig voor het houden van toezicht.
11. Uiterlijk 10 minuten voor aanvang van het schriftelijke examen vervoegt de kandidaat zich bij de toezicht houdende examinator(en).
12. Bij het examen moeten kandidaten zich kunnen legitimeren met een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs, voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia hiervan worden verwerkt op het examenuitslagformulier.
13. De examenopgaven worden voorafgaand aan het begin van het schriftelijk examen door coördinator aan de aan het toezicht deelnemende examinator(en) overhandigd om uit te delen aan de kandidaten.
14. De kandidaten beantwoorden de opgaven slechts op daarvoor aan hen uitgereikt papier. Al het uitgereikte papier wordt na afloop van het schriftelijk examen ingenomen. De kandidaten mogen op hun tafel slechts die zaken hebben, welke door de toezichthoudende examinator(en) als noodzakelijk worden geacht. Uitlenen van hierboven bedoelde noodzakelijke zaken zonder toestemming van de examinator(en) is niet toegestaan.
15. Gedurende het examen mogen kandidaten het lokaal niet verlaten, niet met elkaar spreken en niet elkaars werk inzien.
Als dat toch gebeurt, leidt dit tot het direct inleveren van het examenwerk.
16. Zo spoedig mogelijk na de beëindiging van het schriftelijk deel van een examen wordt het schriftelijk werk door bij voorkeur twee examinatoren nagekeken en beoordeeld. Daarna wordt door de coördinator aan de kandidaten bericht voor welk(e) vak(ken) men is geslaagd en, indien van toepassing, voor welk(e) vak(ken) nog een mondeling examen moet worden afgelegd.
17. Wanneer meer mondelinge examens tegelijkertijd worden afgenomen, zorgt de coördinator er voor dat de opstelling van de tafels zodanig is dat de examens geen hinder van elkaar ondervinden.
18. Na afloop van het mondeling deel van het examen stelt de coördinator in overleg met de aan de examinering deelnemende leden van de examencommissie het eindresultaat per examenvak voor iedere kandidaat vast en deelt dit aan de kandidaat mede. Als bewijs van een voldoende resultaat schrijft de coördinator in naam van de voorzitter van de examencommissie ter plaatse de door de kandidaat behaalde certificaten uit. Deze certificaten worden medeondertekend door de betreffende examinator.
19. Om het ter plaatse uitschrijven van de certificaten mogelijk te maken wordt ruim voor het examen door de coördinator aan het sekretariaat opgave gedaan van het verwacht aantal deelnemende kandidaten. Het sekretariaat zorgt n.a.v. deze opgave voor een tijdige toezending van een voldoende aantal blanko certifikaten.
20. Na afloop van het examen is de coördinator verantwoordelijk voor toezending aan het secretariaat van de niet uitgeschreven certificaten, samen met
(a) het beoordeelde examenwerk,
(b) een overzichtslijst van de deelnemende examinatoren,
(c) een volledig stel vragen en
(d) een ingevuld examenuitslagformulier met daarop de uitslag van het examen per kandidaat en de aanduiding of een certifikaat is uitgeschreven en uitgereikt.
Al deze bescheiden worden door toedoen van het sekretariaat minimaal 5 jaren zorgvuldig bewaard
21. Na afloop van het examen mogen de opgaven voor het schriftelijk deel van het theorie examen door kandidaten worden behouden.
2. In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen uitsluitend mondeling te examineren.
3. Bij gemengde examens geldt, dat onder zekere voorwaarden m.b.t. het resultaat van het schriftelijk deel, het mondelinge deel kan komen te vervallen. De tijd tussen het afleggen van het schriftelijk examen en het eventueel af te leggen mondeling examen bedraagt maximaal 6 weken.
4. Van theorie examens die uit meer examenvakken bestaan kunnen deze examenvakken apart worden geëxamineerd. Bij een voldoende resultaat voor één van deze vakken wordt aan de kandidaat een certificaat uitgereikt. De kandidaat is voor het gehele theorie examen geslaagd indien hij binnen de daarvoor gestelde termijn certificaten heeft verworven voor alle vakken van het betreffende examen.
5. Voor de organisatie van de theorie examens worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van te voren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of instituut kontakt met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coördineren de theorie examens binnen hun vereniging of instituut.
6. De coördinator nodigt tijdig een voldoende aantal leden van de examencommissie uit voor het opstellen van de examenvragen, het uitoefenen van toezicht tijdens het schriftelijk gedeelte en het afnemen van de mondelinge examens. De coördinator houdt hierbij rekening met het gestelde in artikel 2, negende lid.
7. De examenopgaven worden gesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte leerstof, opdat een zo goed mogelijk beeld wordt verkregen van de kennis van de kandidaat. Examinatoren maken voor het opstellen van de vragen zoveel mogelijk gebruik van de voor het betreffende examen aanbevolen literatuur.
8. De opgestelde examenopgaven worden door de opstellers zo spoedig aan de coördinator voor het betreffende theorie examen ter hand gesteld of toegezonden. Deze stelt de opgaven na overleg met de opstellers vast en zorgt voor de vermenigvuldiging ervan.
9. Voor ieder af te nemen theorie examen draagt de coördinator zorg voor het beschikbaar zijn van de benodigde examenruimte en de examenmaterialen. Voor de aanvang van een examen is hij verantwoordelijk voor de controle van het geschikt zijn van de examenruimte.
10. Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie aanwezig voor het houden van toezicht.
11. Uiterlijk 10 minuten voor aanvang van het schriftelijke examen vervoegt de kandidaat zich bij de toezicht houdende examinator(en).
12. Bij het examen moeten kandidaten zich kunnen legitimeren met een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs, voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia hiervan worden verwerkt op het examenuitslagformulier.
13. De examenopgaven worden voorafgaand aan het begin van het schriftelijk examen door coördinator aan de aan het toezicht deelnemende examinator(en) overhandigd om uit te delen aan de kandidaten.
14. De kandidaten beantwoorden de opgaven slechts op daarvoor aan hen uitgereikt papier. Al het uitgereikte papier wordt na afloop van het schriftelijk examen ingenomen. De kandidaten mogen op hun tafel slechts die zaken hebben, welke door de toezichthoudende examinator(en) als noodzakelijk worden geacht. Uitlenen van hierboven bedoelde noodzakelijke zaken zonder toestemming van de examinator(en) is niet toegestaan.
15. Gedurende het examen mogen kandidaten het lokaal niet verlaten, niet met elkaar spreken en niet elkaars werk inzien.
Als dat toch gebeurt, leidt dit tot het direct inleveren van het examenwerk.
16. Zo spoedig mogelijk na de beëindiging van het schriftelijk deel van een examen wordt het schriftelijk werk door bij voorkeur twee examinatoren nagekeken en beoordeeld. Daarna wordt door de coördinator aan de kandidaten bericht voor welk(e) vak(ken) men is geslaagd en, indien van toepassing, voor welk(e) vak(ken) nog een mondeling examen moet worden afgelegd.
17. Wanneer meer mondelinge examens tegelijkertijd worden afgenomen, zorgt de coördinator er voor dat de opstelling van de tafels zodanig is dat de examens geen hinder van elkaar ondervinden.
18. Na afloop van het mondeling deel van het examen stelt de coördinator in overleg met de aan de examinering deelnemende leden van de examencommissie het eindresultaat per examenvak voor iedere kandidaat vast en deelt dit aan de kandidaat mede. Als bewijs van een voldoende resultaat schrijft de coördinator in naam van de voorzitter van de examencommissie ter plaatse de door de kandidaat behaalde certificaten uit. Deze certificaten worden medeondertekend door de betreffende examinator.
19. Om het ter plaatse uitschrijven van de certificaten mogelijk te maken wordt ruim voor het examen door de coördinator aan het sekretariaat opgave gedaan van het verwacht aantal deelnemende kandidaten. Het sekretariaat zorgt n.a.v. deze opgave voor een tijdige toezending van een voldoende aantal blanko certifikaten.
20. Na afloop van het examen is de coördinator verantwoordelijk voor toezending aan het secretariaat van de niet uitgeschreven certificaten, samen met
(a) het beoordeelde examenwerk,
(b) een overzichtslijst van de deelnemende examinatoren,
(c) een volledig stel vragen en
(d) een ingevuld examenuitslagformulier met daarop de uitslag van het examen per kandidaat en de aanduiding of een certifikaat is uitgeschreven en uitgereikt.
Al deze bescheiden worden door toedoen van het sekretariaat minimaal 5 jaren zorgvuldig bewaard
21. Na afloop van het examen mogen de opgaven voor het schriftelijk deel van het theorie examen door kandidaten worden behouden.