1. Voor de benoeming van de examencommissie door de minister, worden voor beide subcommissies afzonderlijke voordrachten opgesteld. Een persoon kan tot lid van beide subcommissies worden benoemd.
2. De examencommissie adviseert de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie.
3. Bij het advies voor de voordracht tot benoeming tot lid van een van de subcommissies van de examencommissie wordt voor iedere persoon aangegeven voor welke examens of voor welke onderdelen van deze examens het advies geldt.
4. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van een van beide subcommissies voor het afnemen van theorie examens voor het zweefvliegbewijs en bevoegdverklaringen daarin, houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die
a. zelf in het bezit zijn van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld,
b. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende bevoegdverklaring bezitten, en
c. te goeder naam en faam bekend staan als deskundige.
5. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijk examens voor de bevoegdverklaringen lieren, sleepvliegen en motorzweefvliegen in het zweefvliegbewijs, houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die:
a. actief zweefvlieger zijn,
b. meer dan drie jaar in het bezit zijn van die bevoegdverklaring vliegonderricht voor de bevoegdverklaring waavoor zij examen afnemen, en
c. te goeder naam en faam bekend staan als zweefvlieger. Voor het afnemen van het examen voor de bevoegdverklaring motorzweefvliegen wordt daarnaast van de examinatoren verwacht dat zij
d. minimaal een jaar in het bezit zijn van de bevoegdverklaring motorzweefvliegen, en
e. een totale vliegervaring hebben van ten minste 150 uur, waarvan ten minste 50 uur als eerste bestuurder op een motorzweefvliegtuig.
6. Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen in het zweefvliegbewijs houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die:
a. actief zweefvlieger zijn,
b. minimaal 6 jaar in het bezit zijn van de bevoegdverklaringen waarvoor men examen af neemt;
c. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de opleiding van zweefvlieginstructeurs bezitten, hetgeen moet blijken uit het vervuld hebben van de mentofunctie bij de succesvolle opleiding van ten minste drie instructeurs, en
d. te goeder naam en faam bekend staan als zweefvlieginstructeur.
7. De voorzitter kan tijdelijk of permanent een of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie of de subcommissies.
8. Voor het verrichten van de noodzakelijke sekretariaatswerkzaamheden wordt t.b.v. de examencommissie een sekretariaat ingesteld.
9. Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het zweefvliegbewijs worden kandidaten, aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen, niet door hen geëxamineerd.