BWBR0009493
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 16
Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht – 1988
1. In de volgende gevallen moet de houder van een erkenning een verzoek tot wijziging van de erkenning indienen:
a. bij een verplaatsing van zijn bedrijf;
b. bij een naamsverandering van zijn bedrijf;
c. bij een wijziging van de werkzaamheden waarvoor zijn bedrijf is erkend;
2. De erkenning kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden ingetrokken indien:
a. de bepalingen van de artikelen 9 en 14 niet worden nagekomen;
b. niet is voldaan aan het gestelde in het eerste lid van dit artikel;
c. met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de houder van de erkenning is erkend, ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld;
d. het bedrijf van de houder is opgeheven;
e. het bedrijf van de houder in staat van faillissement verkeert;
f. de houder hiertoe een verzoek heeft ingediend of heeft verklaard dat van de erkenning geen gebruik meer wordt of zal worden gemaakt.
3. De termijn van geldigheid van de erkenning wordt geacht te verstrijken op het tijdstip waarop de erkenning wordt ingetrokken of, in de gevallen genoemd in het eerste lid onder d, e en f, het bedrijf van de houder is opgeheven, in staat van faillissement verkeert, hiertoe een verzoek heeft ingediend of een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in het derde lid onder f.
4. Indien een erkenning is ingetrokken kan slechts een nieuwe aanvraag voor erkenning in behandeling worden genomen, nadat ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat is aangetoond, dat de redenen die hebben geleid tot de intrekking zijn weggenomen.
a. bij een verplaatsing van zijn bedrijf;
b. bij een naamsverandering van zijn bedrijf;
c. bij een wijziging van de werkzaamheden waarvoor zijn bedrijf is erkend;
2. De erkenning kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden ingetrokken indien:
a. de bepalingen van de artikelen 9 en 14 niet worden nagekomen;
b. niet is voldaan aan het gestelde in het eerste lid van dit artikel;
c. met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de houder van de erkenning is erkend, ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld;
d. het bedrijf van de houder is opgeheven;
e. het bedrijf van de houder in staat van faillissement verkeert;
f. de houder hiertoe een verzoek heeft ingediend of heeft verklaard dat van de erkenning geen gebruik meer wordt of zal worden gemaakt.
3. De termijn van geldigheid van de erkenning wordt geacht te verstrijken op het tijdstip waarop de erkenning wordt ingetrokken of, in de gevallen genoemd in het eerste lid onder d, e en f, het bedrijf van de houder is opgeheven, in staat van faillissement verkeert, hiertoe een verzoek heeft ingediend of een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in het derde lid onder f.
4. Indien een erkenning is ingetrokken kan slechts een nieuwe aanvraag voor erkenning in behandeling worden genomen, nadat ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat is aangetoond, dat de redenen die hebben geleid tot de intrekking zijn weggenomen.