BWBR0009493
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 14
Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht – 1988
1. Een persoon die een aanvraag voor erkenning heeft ingediend wordt erkend nadat ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat is aangetoond dat voldoende waarborgen bestaan voor een goede uitvoering van de werkzaamheden waarvoor erkenning is aangevraagd. Hieronder wordt verstaan, dat
a. de aanvrager dient te beschikken over voldoende kennis, hetgeen moet blijken uit het in zijn bezit zijn van een geldig bewijs, dat een door de Commissie van Advies, als bedoeld in artikel 17 van deze regeling, vastgesteld examen met gunstig gevolg is afgelegd. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, dient deze te beschikken over voldoende personeel dat in het bezit is van een geldig bewijs als bedoeld in de vorige volzin;
b. de aanvrager dient ervoor zorg te dragen dat elk ander dan onder a genoemd personeelslid, dat direct is belast met het toezicht op of uitvoering van werkzaamheden betrekking hebbende op het ten vervoer aanbieden, het doen of laten vervoeren of het daadwerkelijk vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht, zodanig is geïnstrueerd dat hij zijn werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren; hiertoe dient het personeel te worden opgeleid in overeenstemming met het bepaalde in deze regeling en de Technische Voorschriften.
2. Het in het eerste lid, onder a bedoelde examen wordt afgenomen door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen instituten.
3. De opleidingsprogramma's van de in het vorige lid bedoelde instituten behoeven de instemming van de Minister van Verkeer en Waterstaat.
a. de aanvrager dient te beschikken over voldoende kennis, hetgeen moet blijken uit het in zijn bezit zijn van een geldig bewijs, dat een door de Commissie van Advies, als bedoeld in artikel 17 van deze regeling, vastgesteld examen met gunstig gevolg is afgelegd. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, dient deze te beschikken over voldoende personeel dat in het bezit is van een geldig bewijs als bedoeld in de vorige volzin;
b. de aanvrager dient ervoor zorg te dragen dat elk ander dan onder a genoemd personeelslid, dat direct is belast met het toezicht op of uitvoering van werkzaamheden betrekking hebbende op het ten vervoer aanbieden, het doen of laten vervoeren of het daadwerkelijk vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht, zodanig is geïnstrueerd dat hij zijn werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren; hiertoe dient het personeel te worden opgeleid in overeenstemming met het bepaalde in deze regeling en de Technische Voorschriften.
2. Het in het eerste lid, onder a bedoelde examen wordt afgenomen door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen instituten.
3. De opleidingsprogramma's van de in het vorige lid bedoelde instituten behoeven de instemming van de Minister van Verkeer en Waterstaat.