BWBR0009482
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 1
Examenreglement voor privé-vliegbewijzen
1. De examencommissie voor privé-vliegbewijzen is belast met het afnemen van examens voor:
a. het bewijs van bevoegdheid als privé-vlieger;
b. klasse- en typebevoegdverklaringen tenzij: 1º. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2º. de kandidaat houder is van een bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3º. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is;
1º. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2º. de kandidaat houder is van een bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3º. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is;
c. het bewijs van bevoegdheid voor ballonvoerder;
d. de bevoegdverklaring sleepvliegen;
e. de bevoegdverklaring radiotelefonie (voor VFR- en IFR-vluchten).
2. De examencommissie heeft tot taak, middels een theoretisch en/of een praktisch examen, te onderzoeken of de kandidaten voldoen aan de gestelde eisen voor kennis en bedrevenheid voor de in het eerste lid genoemde bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zoals bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaarten nader zijn omschreven in de desbetreffende bijlagen.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter respectievelijk secretaris treden hun plaatsvervangers op.
a. het bewijs van bevoegdheid als privé-vlieger;
b. klasse- en typebevoegdverklaringen tenzij: 1º. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2º. de kandidaat houder is van een bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3º. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is;
1º. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2º. de kandidaat houder is van een bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3º. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is;
c. het bewijs van bevoegdheid voor ballonvoerder;
d. de bevoegdverklaring sleepvliegen;
e. de bevoegdverklaring radiotelefonie (voor VFR- en IFR-vluchten).
2. De examencommissie heeft tot taak, middels een theoretisch en/of een praktisch examen, te onderzoeken of de kandidaten voldoen aan de gestelde eisen voor kennis en bedrevenheid voor de in het eerste lid genoemde bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zoals bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaarten nader zijn omschreven in de desbetreffende bijlagen.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter respectievelijk secretaris treden hun plaatsvervangers op.